Baas in eigen buik: het optekenen van een feministische mythologie
In A Feminist Mythology (2021) herschrijft de Italiaanse filosoof Chiara Bottici wat het betekent om een mens te zijn – niet via theorie, wet of kritiek, maar door oeroude mythen over vrouwen, zoals die over Sjeherazade, Ariadne en Europa te deconstrueren. Volgens Bottici zijn dergelijke verhalen zo diep verankerd in ons begrip van onszelf en de wereld dat ze de grenzen bepalen van wie wij zijn en wie wij kunnen worden. Alleen door deze mythen te herschrijven, kunnen we zowel onszelf als de wereld veranderen:
Mijn boek Baas in eigen buik (2025) probeert ook een nieuw feministisch verhaal te vertellen, een over rechtvaardigheid en vruchtbaarheid. Ik volg daarin dezelfde overtuiging als die Bottici heeft: om ons een andere, meer rechtvaardige omgang met vruchtbaarheid voor te stellen, moeten we beginnen met het ontmantelen van de verhalen die onze visie tot nu toe hebben bepaald. Zeer oude opvattingen over rechtvaardigheid uit onderdrukkende mythen over vrouwen en zwangerschap, bepalen nog steeds wetgeving rond abortus, het beleid van instanties die zwangerschap en bevalling reguleren, en de publieke opinie. Ons begrip van wat het moreel juiste is uit zich in wet en beleid, maar wordt gevormd in het vertellen van verhalen. Daarom is het zaak om die verhalen te ontmantelen.
De tekst gaat door onder de slider
Maar we kunnen onderdrukkende mythes niet eenvoudigweg uitwissen door ze te rationaliseren of door te beargumenteren dat ze niet waar zijn. Theodor Adorno en Max Horkheimer hebben in hun Dialectiek van de Verlichting al laten zien dat het mythische altijd terugkeert – en sinds de verlichting in nog destructievere en verdrongen gerationaliseerde vormen. ‘Mythologie overwinnen’ betekent volgens Bottici dan ook niet dat we mythen en verhalen over boord moeten gooien, maar dat we een nieuwe mythologie moeten optuigen met de brokstukken van de verhalen die aan ons zijn overgeleverd: ‘alleen door de fantasie te doorkruisen kunnen we hopen ergens anders uit te komen.’
Onderstaande serie gedichten uit mijn bundel Op navelhoogte de kans, die in december verschijnt, is een poging tot het uiting geven aan een andere ervaring van vruchtbaarheid dan die ons in de meeste verhalen voorgeschoteld wordt. Het is een herschrijving van het gedicht ‘Een fabel’ van de Amerikaanse dichter Louise Glück, dat zelf al een feministische hervertelling is van het oordeel van koning Salomon uit het Oude Testament.
Dit beroemde verhaal, waar de term ‘salomonsoordeel’ vandaan komt, is een van de oermythes over rechtvaardigheid en vruchtbaarheid. Het gaat over twee ongetrouwde zwangere vrouwen die in een bestek van een paar dagen allebei een kind kregen. Het ene kind stierf door de schuld van diens moeder. Zij had hem, bewust of onbewust, gesmoord. De moeder verwisselde haar dode kind met het levende kind van de andere vrouw. Beiden claimden dat het levende kind hun kind was. Uiteindelijk gingen ze naar koning Salomon. Toen ze hun verhaal hadden gedaan vroeg de koning een van zijn onderdanen om een zwaard te brengen en het kind doormidden te snijden. Maar op het moment dat de onderdaan zijn zwaard hief, liet een van de moeders haar aanspraak varen: ‘Och, mijn heer, geef haar het levende kind, en dood het geenszins.’ Toen wist Salomon wie de ‘echte’ moeder was: degene die bereid was om haar eigen verlangen naar moederschap op te offeren om het kind te redden. Salomon oordeelt dat de biologische, en dus de rechtmatige, moeder degene is die bereid is tot opoffering. De moraal van het verhaal is dat moederschap wordt bewezen door de bereidheid de eigen identiteit en het eigen verlangen op te geven.
Interessant is dat het verhaal niet alleen een oermythe is als het gaat om vruchtbaarheid, moederschap en rechtvaardigheid, maar ook illustreert wat Bottici beargumenteert. Salomon weet eigenlijk nog steeds niet wie de biologische moeder is, hij weet alleen wie, volgens hem, de ‘goede’ moeder is, namelijk degene die bereid is tot zelfopoffering. Maar in het verhaal wordt dit normatieve oordeel opgevoerd als bewijslast voor biologische afstamming. De mythe draait om de vraag naar de biologische afstamming van een kind, een vraag die wordt beantwoord met een ethisch oordeel over hoe een ‘echte’ moeder zich zou moeten gedragen. De morele opvatting van een patriarch over wat rechtvaardig of ‘goed’ is, wordt daarmee tot biologie gemaakt. En deze opvatting wordt bestendigd in de eeuwenlange herhaling van dit verhaal: de echte moeder is degene die bereid is tot opoffering, zelfs tot de opoffering van haar eigen identiteit, waarheid en verlangen.
In het vertellen van verhalen wordt zo bepaald wat mens-zijn is. Om het bereik van onze menselijkheid te veranderen, moeten we andere verhalen vertellen die de door oude fabels bepaalde voorwaarden van mens-zijn – hier: moederschap is opoffering – ontmantelen. Dit is wat de Glück doet in haar herschrijving:
Door het aanbod van het kind zichzelf te vernietigen om de moeder te redden, keert Glück het verhaal binnenstebuiten: zij maakt de logica waarin moederschap bewezen wordt door de bereidheid het op te geven, absurd door die om te keren. Tegelijkertijd vangt Glück in haar drie slotwoorden — divide the mother — de wreedheid die het oorspronkelijke verhaal de moeder aandoet. Glücks herschrijving is zo een feministische verlegging van het zwaartepunt: gerechtigheid inzake vruchtbaarheid draait niet langer om het veiligstellen van het kind bij een ‘goede’ moeder, maar om het redden van de heelheid, en dus de identiteit, van de moeder zelf.
Toch rees bij mij de vraag of deze feministische herschrijving fundamenteel genoeg is om de ‘fantasie’ van de mythe geheel te doorkruisen en uit te komen op ‘een andere plaats’. Glücks herschrijving is vanuit het perspectief van het kind, niet dat van de moeder. Om baas in eigen buik te worden en nieuwe verhalen over rechtvaardigheid, vruchtbaarheid en zelfbeschikking te vertellen, moet de mythe ook zo doorkruist worden dat de moeder een eigen stem (en zo een eígen buik) krijgt. En niet alleen het verhaal van de moeder van het levende kind, ook dat van de vrouw die haar kind bewust of onbewust smoorde moet weerklank vinden. Daarom heb ik, in aanvulling op Glück, en om Bottici’s praktijk in ere te houden van het telkens weer opnieuw vertellen van verhalen vertellen om zo een feministische mythologie te construeren, nóg een herschrijving gemaakt. Dit keer vanuit de mens met de mogelijkheid tot zwanger-zijn zelf.
de keuze, een fabel
Meer over Rodante van der Waal?
Tijdens Exploring Stories 2025 was Rodante te gast en sprak zij met Jantine Jongebloed, Sanne Thierens & Dieuwertje Mertens over abortus, zelfbeschikking en obstetrisch geweld en hoe dat verbeeld wordt in de literatuur. Dat gesprek luister je terug via ILFU's Exploring Stories podcast.