Geen opwinding zonder verhaal
Het is veel te laat. Eigenlijk zou ik naar bed moeten gaan. Morgen word ik bij een kennismakingsdag verwacht, maar ik kan niet stoppen met luisteren. Mijn nieuwsgierigheid houdt me wakker, daar heb ik wel vaker last van. Tegenover mij zit een bevriend koppel: jong, intellectueel, openhartig. Voor een paar dagen blijf ik bij ze logeren. Ik heb haar werkkamer toegewezen gekregen, een luxe. De kamer is gevuld met talloze erotische boeken: Het verhaal van O, Het verticale meisje, Macho Sluts. Het voelt als thuiskomen.
Aan de keukentafel praten zij over hun relatie en de afspraken met elkaar. Ik stel vooral vragen, nieuwsgierig als ik ben, naar het hoe van hun open relatie. Hoe geven zij die vorm? Hoe blijft het spannend? Hoe houden ze rekening met elkaars gevoelens? Wat ze uiteenzet, raakt me. Ze zegt dat ze haar partner alles vertelt: elke flirt, elke aanraking, elke toespeling en uitnodiging. Alles wordt gedeeld en besproken. Het beschrijven van deze ervaringen met anderen is fundamenteel voor de relatie. Geen opwinding zonder verhaal.
Ze benadrukt hierbij dat het belangrijk is dat haar partner niet op haar verhalen reageert, of althans, niet zichtbaar. Een afwijzing of goedkeuring doet haar gevoelens teniet. Hij moet het ondergaan, als een verbale vorm van cuckolding: de vernederingskink waarbij een man zijn partner seks ziet hebben met een ander. Ademloos luister ik naar haar omschrijving, want vangt zij niet een kern aan van het erotische schrijven? Onze neiging om te willen onthullen, ongeacht wie ernaar luistert? En wellicht belangrijker: het vertellen van verhalen als fundamenteel onderdeel van onze eigen seksualiteitsbeleving?
Mijn hoofd liep de dagen daarna haast over van wat ik had gehoord. Het zou kunnen dat mijn fascinatie voor hun verhalen minder onschuldig was dan ik mezelf voorhield. Misschien was luisteren óók een manier om deel te nemen. Hoe langer ik erover nadacht, hoe meer deze 'perversie', om een archaïsche geuzenterm te gebruiken, me voorkwam als literair. Al denkend kwam ik op een term voor haar erotische interesse: semioseksualiteit. Ofwel, de erotische aantrekking tot het vertellen of luisteren naar verhalen. Afgeleid van het woord semiotiek, de studie naar tekens en betekenisprocessen.
Er zit een kwetsbaarheid in het delen van erotische verhalen – fictief of niet. Het kan vernederend aanvoelen wanneer je vertelt wat jou opwindt, want als we iemand in vertrouwen nemen met deze kant van onszelf, een kant die de slaapkamer wellicht niet mag verlaten, maken we ons vatbaar voor afwijzing of spot. Ik denk aan schrijver Marguerite Duras, die zei: 'Praten houdt in: praten over je seksualiteit. En praten over je seksualiteit is tegelijk ook je seksualiteit beleven. Het is heel anders dan praten over sport of kantoor.'
Ik ken genoeg mensen die voor een verhaal met bekende en minder bekende dichters naar bed gaan, flirten met de partners van beste vrienden of regelmatig toespelingen maken naar partnerruil. Ze raken opgewonden van de fantasie, van het vertellen van het verhaal en daar hebben ze veel voor over. Neem een vriendin met wie ik laatst op het terras sprak over haar recentste one-night-stand. Ze vertelde me dat soms de enige reden dat ze met mannen mee naar huis ging, was voor het verhaal dat ze er achteraf over kon vertellen. Ze was committed to the bit. Ze wist niet eens zeker of ze mannen wel echt leuk vond of aantrekkelijk, of dat ze met name naar bed ging met hen voor de nieuwsgierige reacties en diepgravende analyses van haar vrienden. Ik ben geneigd haar ook semioseksueel te noemen.
Haar houding raakt voor mij aan dezelfde literaire opwinding als het koppel van eerder. Ook deze vriendin haalt meer plezier uit het vertellen van verhalen over de intimiteit, dan de handeling zelf. De werkelijkheid hoeft niet overeen te komen met wat het had kunnen zijn, met de fictie. Zelfs al was zijn geflirt eenzijdig, stelde hij geen vragen, was de seks slecht, werd ze geghost; door te praten, greep ze de regie terug. Dit is de opwinding van verhalen, en vooral erotische verhalen. Een genre voor semioseksuelen, pur sang.
Het is, vermoed ik, een van de redenen waarom we massaal literatuur schrijven en consumeren. De verhalen van vanavond zullen niet allemaal echt zijn, maar ik garandeer dat elk smeuïg detail, elke geile scène, aan iemand buiten deze zaal zal worden naverteld. Misschien ben ik zelf ook wel semioseksueel in mijn drang om te schrijven. Om dat wat opwindt, pijnlijk is of onuitgesproken blijft, vorm te geven in taal. Ik ben ervan overtuigd dat we allemaal, in meer of mindere mate, een semioseksuele kant hebben. We voelen haast allemaal een erotische aantrekking tot het vertellen of luisteren naar verhalen. We jagen haast allemaal die aangename kriebel in de buik na, wanneer iemand over de tafel buigt en fluistert: 'En wat gebeurde er toen?'