Poëzie uit Oekraïne #hArtforUkraine, aflevering 1: Serhi Zjadan

Zoals iedereen zijn ook wij bij het ILFU diep geschokt door de oorlog in Oekraïne. We maken ons grote zorgen over de gevolgen van de grootscheepse vijandelijkheden voor de inwoners van het land en de stabiliteit in Europa. Om solidariteit te tonen en medeleven te betuigen sluiten we ons aan bij de landelijke actie #🧡rtforUkraine #hArtforUkraine, die het Nederlandse culturele veld op 4, 5 en 6 maart organiseert. Theaters, concertzalen en musea doneren een deel van hun inkomsten dit weekeinde aan giro 555 voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. ILFU doneert de opbrengst van het optreden van Oek de Jong zondag en start online een serie met vertaalde gedichten uit Oekraïne. Vandaag aflevering 1: Serhi Zjadan.

Tags

Poëzie Oekraïne

Al meer dan 1000 ILFU leden steunen de fictie. Jij ook?

Vertel me meer
Serhi Zjadan (Starobilsk, 1974) is een van de meest populaire en invloedrijke stemmen in de huidige Oekraïense literatuur. Hij vertaalt poëzie, speelt in de ska-punk band Zjadan and the Dogs en organiseert literaire festivals. Hij woont in Charkiv, waar hij in de winter van 2013-2014 een spil vormde van de Euromaidanprotesten. Nadat Charkiv het de afgelopen week zwaar te verduren kreeg, met verwoeste huizen en tientallen burgerslachtoffers tot gevolg, is Zjadan een van de coördinatoren van het burgerverzet en de distributie van hulpmiddelen. Als eerste aflevering van onze serie Oekraïense poëzie publiceren we zijn gedicht 'Paddenstoelen van de Donbas', een gedicht over zijn geboortegrond, met daarin de regels: “zolang we samen zijn, wordt er gewoeld in deze grond / en vindt men in haar warme binnenste / het zwart van de dood, / het zwart van het leven.”


Serhi Zjadan

Paddenstoelen van de Donbas

Vertaald door: Eric Metz


In de lente verzinkt de Donbas in de mist, en de zon verstopt zich achter de heuvels.

Want je moet deze plaats kennen,

je moet weten met wie je afspraken maakt.


Het was een arbeider van een voormalig pompgebouw,

een kerel gehavend door de alcohol.

“Wij, arbeiders van het pompgebouw”, zei hij toen we kennismaakten,

“werden altijd als de elite van het proletariaat beschouwd, ja man, de elite.

Indertijd, toen alles naar de kloten ging, waren er heel wat

die de moed lieten zakken. Maar niet zo de werkers

van het pompgebouw, ha nee, wij niet.

We brachten de onafhankelijke mijnwerkersbonden samen,

bezetten drie gebouwen van een voormalige fabriek

en begonnen daar paddenstoelen te kweken.”


“Hoezo paddenstoelen?”, vroeg ik ongelovig.

“Ja. Paddenstoelen. We wilden cactussen met mescaline kweken, maar bij ons

in de Donbas, gedijen cactussen niet goed.” 


“Weet je wat het belangrijkste is, wanneer je paddenstoelen kweekt?

Het belangrijkste is high te zijn, maat, zo is dat – high zijn is het belangrijkste.

En óf we high waren, geloof me, ook nu nog trouwens, misschien omdat

we tenslotte toch de elite van het proletariaat zijn.


“Nou, en dus bezetten we die drie gebouwen en zaaiden daar onze paddenstoelen uit.

Nou, en daar had je dan de arbeidsvreugde, dat schouder-aan-schoudergevoel,

je kent dat wel het dronken makende gevoel van arbeidsprestaties.

En het belangrijkste: iedereen tript! Iedereen, zelfs zonder paddenstoelen!” 


“De problemen begonnen al een paar maanden later. Het is hier een zware

wijk, dat heb je zelf gezien, onlangs staken ze nog een tankstation in de fik,

maar de politie rolde ze ter plaatse op, ze hadden zelfs geen tijd

om te tanken, zo erg waren ze erop gebrand om vlammen te zien.

En toen was er die brigade die ons kwam lastigvallen, die onze paddenstoelen

meenam, beeld je eens in. Ik denk dat in onze plaats om het even wie

was bezweken, zo gaat dat dan – iedereen bezwijkt,

ieder in overeenstemming met zijn sociale status.”


“Maar wij kwamen samen, en we dachten: oké, paddenstoelen, dat is oké,

maar het gaat niet om de paddenstoelen, en evenmin om het schouder-aan-schoudergevoel,

en zelfs niet om het pompgebouw, hoewel dat een argument was.

We dachten gewoon: kijk straks komt onze oogst op en groeien

onze paddenstoelen, ze zullen groeien en, om zo te zeggen, aren schieten,

en wat zullen we onze kinderen vertellen, wanneer we hun in de ogen kijken?

Er zijn gewoon van die dingen waar je verantwoordelijk voor bent, waar je

niet zomaar even de brui aan geeft.

Kijk jij bent verantwoordelijk voor jouw penicilline

en ik voor de mijne.”


“In één woord, we gingen gewoon vechten op de paddenstoelenplantage. Daar

hakten we hen in de pan. En terwijl zij vielen op de warme harten van de paddenstoelen,

dachten wij:

Alles wat je met eigen handen maakt, werkt voor jou.

Alles wat je door je eigen geweten laat gaan, klopt

op de maat van je hartslag.

We bleven op deze grond, opdat het voor onze kinderen niet ver

zou zijn om onze graven te bezoeken.

Dit is ons eiland van vrijheid,

het verruimde bewustzijn

van de landbouw.

Penicilline en Kalasjnikov: twee symbolen van strijd,

de Castro van de Donbas leidt partizanen

door de mistige paddenstoelenplantages

tot aan de Zee van Azov.

“Weet je”, zei hij me, “’s nachts wanneer iedereen in slaap valt,

en de donkere aarde de mist opzuigt,

voel ik zelfs in mijn dromen, hoe de aarde om de zon beweegt,

luister ik, luister ik hoe ze groeien:

de paddenstoelen van de Donbas, de onhoorbare chimera’s van de nacht,

oprijzend uit leegte, groeiend uit steenkool,

terwijl de harten stilstaan, als liften in nachtelijke gebouwen,

groeien de paddenstoelen van de Donbas, groeien ze terwijl ze niemand

die ontgoocheld of verloren is van weemoed laten sterven,

want, mijn beste, zolang we samen zijn,

wordt er gewoeld in deze grond

en vindt men in haar warme binnenste

het zwart van de dood,

het zwart van het leven.


Eerder gepubliceerd op Poetry International Web, 2011