Wetenschapssocioloog Trudy Dehue: "Classificaties als 'armoede' en 'zwanger' blijken niet uit onderzoek, maar gaan eraan vooraf."

Interview door Mirjam van Hengel

Trudy Dehue, bij het ILFU te gast op 30 september in Exploring Stories, schreef Ei, foetus, baby een indrukwekkend en vaak ook onthutsend boek. Over gewenste en ongewenste zwangerschap, maar minstens zozeer over classificatie en hoe feiten door mensen ‘gemaakt’ zijn. Programmeur Mirjam van Hengel sprak met haar over talige technologie, feit en fictie en over koningin Wilhelmina.

Tags

Exploring Stories Interview
Foto: Corné Sparidaens

Word ILFU Member en steun onze schrijvers en verhalen

Vertel me meer
Laten we beginnen bij de basis van je boek: zwangerschap, abortus, het vrouwelijk lichaam en de geschiedenis van (mannelijke, religieuze) bemoeienis daarmee: waar komt je interesse voor het onderwerp vandaan?

Ha, ja dat is wel een vraag op mijn leeftijd. Maar zet mij op een willekeurig onderwerp en ik vind het al gauw razend interessant. Dit boek is bij toeval ontstaan, ik had oorspronkelijk iets heel anders in gedachten: een boek waarin ik liet zien dat feiten altijd het eindproduct van allerlei bewerkingsprocessen en keuzen zijn.

Wat mij interesseert is dat feiten uit ingrediënten bestaan, en net als bijvoorbeeld de ingrediënten van ons voedsel moeten die van onze feiten eigenlijk ‘op de verpakking’ staan, zodat ze op deugdelijkheid kunnen worden gecontroleerd. Zo zijn feiten die gebaseerd worden op ‘in de bijbel staat dat…’ autoriteitsargumenten: de bijbel is een boek dat door mannen is geschreven, en ook nog door mannen uit lang vervlogen tijden. Feiten uit de wetenschap zijn doorgaans deugdelijker want met meer precisie gemaakt dan die van anderen, maar ze kunnen evengoed variëren in kwaliteit.

Stel dat onderzoekers vertellen dat ‘uit onderzoek is gebleken’ dat vijf procent van de bevolking in armoede leeft. Dat hebben ze nooit kunnen vaststellen zonder eerst zelf een definitie van armoede te kiezen en die is onvermijdelijk normatief. Armoede is dus een classificatie. Zonder classificaties kunnen we niet, maar ze hebben wel consequenties. Armoedecijfers bepalen bijvoorbeeld het armoedebeleid en daarmee veler levens. Feiten zijn daarom ‘maaksels die maken.’ Dat bedoel ik niet als verwijt hoor. Verwijtbaar is slechts de ontkenning ervan.

Over die classificaties heb je al eerder geschreven, niet nu voor het eerst. 

Ja, in eerdere boeken heb ik dit geïllustreerd aan het voorbeeld van de ‘psychische stoornis.’ Wat als een stoornis telt, kunnen de hersenen of genen nooit voor ons bepalen. Zo’n classificatie blijkt niet uit onderzoek, maar gaat eraan vooraf. En bevolkingscijfers voor adhd of autisme variëren ook enorm doordat de voorafgaande definities ervan verschillen. Die hebben grote consequenties voor individuen, evenals de samenleving als geheel. We verwarren voortdurend hoe iets heet met wat iets is. Dat geldt zeker wanneer de benaming uit de wetenschap komt, die dit bovendien zelf ook vaak doet. De classificaties van de psychiatrie worden zelfs als oorzaak voorgesteld van de eigenschappen die psychiaters zelf psychiatrisch hebben gelabeld.

Ik ben over classificaties gaan denken als ‘talige technologie’, want ze grijpen minstens zo hard in in het bestaan als technologische voorwerpen – oftewel materiële technologie. Het boeiendst is nog dat talige technologie vaak samengaat met materiële technologie. De uitvinding van een stof die de concentratie verhoogt, heeft bijvoorbeeld de stoornis adhd in het leven geroepen. Dat hebben onderzoekers samen met farmaceutische bedrijven welbewust zo gedaan. 

Sinds we verfijnde apparatuur hebben om bij embryo’s signalen op te vangen van wat later een hartje zal worden, spreekt men van ‘het kloppende hartje’ waarmee een hart niet langer een orgaan is dat zelfstandig bloed rondpompt. Daarmee doen we ook alsof het kind in wording al een mensje op zich is, alsof zwangerschap geen proces is dat een vrouw doormaakt en dat zonder háár hart onmogelijk zou zijn.

Op zeker moment heb ik bedacht dat je die machtige verstrengeling van talige en materiële technologie aan voorbeelden uit een compleet mensenleven kunt laten zien. Tot aan de dood. Orgaantransplantatie en de hersenscanner hebben een nieuwe definitie met zich meegebracht van wanneer een mens telt als dood, want de vroegere ‘hartdood’ is nu vervangen door de ‘hersendood’.

En zo kwam je ook bij het begin van dat leven terecht? De conceptie, het ontstaan, het omgaan met beginnend leven?

Ja, want dat mechanisme van taal en techniek begint al voordat een mens geboren is. Wanneer telt iemand als zwanger? De nieuwste tests vertellen dat een zaadcel je eicel heeft bereikt nog voordat ze samen zijn ingenesteld in de baarmoederwand. Maar die tests heten wel ‘zwangerschapstest’ en niet bijvoorbeeld ‘bevruchtingstest’ of ‘zaadceltracker’ wat dus inhoudt dat je nu vroeger zwanger kunt heten dan voorheen. En sinds we verfijnde apparatuur hebben om bij embryo’s signalen op te vangen van wat later een hartje zal worden, spreekt men van ‘het kloppende hartje’ waarmee een hart niet langer een orgaan is dat zelfstandig bloed rondpompt. Daarmee doen we ook alsof het kind in wording al een mensje op zich is, alsof zwangerschap geen proces is dat een vrouw doormaakt en dat zonder háár hart onmogelijk zou zijn. Daar wilde ik over schrijven, en dat zou het eerste hoofdstuk van een boek over vele classificaties worden. Maar dat begin van het bestaan was al zó rijk aan voorbeelden dat het een heel boek in beslag genomen heeft.

Achter elk feit schuilt een verhaal, dat is de grondgedachte van je boek. Begint je onderzoek bij de feiten of bij de verhalen?

Bij de feiten waarvan ik de ingrediënten traceer. Hoe zijn ze tot stand gebracht? Traditionele geschiedenissen van zwangerschap zetten de grote ontdekkers van bijvoorbeeld de eierstokken, de eisprong, de bevruchting enzovoort op een rij. Dan krijg je een best interessant verhaal over creatieve mannen zoals Reinier de Graaf en Antoni van Leeuwenhoek, maar blijft je kennis van de ingrediënten van hun feiten bij wat leuke anekdotes steken zoals die over het eigen sperma dat Van Leeuwenhoek bestudeerde. 

Zelf stel ik vragen als: hoe kwamen zij eigenlijk aan hun onderzoeksmateriaal en aan de classificaties waarop hun feiten waren gebaseerd? Daar waren toch vrouwen voor nodig? Voor iemand als Reinier de Graaf die zijn verhandeling over de vrouwelijke geslachtsdelen als begin twintiger schreef, bleken diens veelvuldige ervaringen met vrouwen in een bed als minstens zo deugdelijk bewijsmateriaal te gelden als zijn conclusies uit het openen van lijken, en zelfs het nuttigen van lichaamssappen of gekookte deeltjes uit eierstokken. Wat als bewijs mag tellen is ook een classificatie die per tijdperk of discipline varieert en steeds de levens van grote groepen mensen beïnvloedt.

‘Wie het verhaal achter een feit wil achterhalen moet vooral op de classificaties letten die erin zijn verwerkt’. Geen feit, geen onderzoeksvraag is waardevrij en het besef dat we onze vooronderstellingen kritisch moeten bezien is de laatste decennia tijd flink gegroeid. 

Inderdaad, de laatste tien jaar vooral. Een voorbeeld is de classificatie ‘man’ of ‘vrouw’ die tegenwoordig fors ter discussie staan. Nu ik over zwangerschap schrijf, gebruik ik zelf ook vaak het woord ‘vrouw’ maar ik teken erbij aan dat dit helemaal geen vanzelfsprekende classificatie is, terwijl hij wel grote consequenties heeft. Dat besprak ik al uitvoerig in mijn boek over het concept ‘depressie’ uit 2008. Maar in het huidige boek kon ik niet steeds ‘mensen met een baarmoeder’ schrijven omdat dit zeker in historische passages te gekunsteld is.

Die ‘grote-dode-witte-mannen-geschiedenissen’ zoals ze ook wel spottend heten, verbergen enorm veel leed dat mensen met een baarmoeder is aangedaan. Het valt te vergelijken met het leed dat proefdieren nog wordt aangedaan.

Denk ook aan de covid-pandemie. Onderzoekers zelf riepen publiekelijk de vraag op ‘wie moeten we tellen als een covidpatiënt?’ Is dat iemand met een positieve uitslag op een test, en zo ja welke test? Of is dat iemand met klachten en zo ja welke klachten, en door wie vastgesteld?’. Ook dit was een classificatie met consequenties, want het mondkapjes- en isolatiebeleid hing ervan af. 

Het besef dat feiten eindproducten zijn, moet dus niet tot afwijzing van wetenschap leiden, maar juist tot bewondering voor deugdelijke en democratische wetenschap. Je verwijt koks toch ook niet dat hun gerechten uit ingrediënten bestaan? Het is alleen problematisch als ze dat zouden willen verhullen en als het ingrediënten van dubieuze herkomst zijn. 

Wat betekent dit specifiek voor onderzoek dat met vrouwen te maken heeft?

Ik was zelf verbaasd te ontdekken dat dit zó veel betekent. Die ‘grote-dode-witte-mannen-geschiedenissen’ zoals ze ook wel spottend heten, verbergen enorm veel leed dat mensen met een baarmoeder is aangedaan. Het valt te vergelijken met het leed dat proefdieren nog wordt aangedaan. Als we alleen de ontdekkers van bloeddrukverlagende middelen prijzen in onze geschiedenissen, stellen we de vraag niet hoe die ontdekkingen zijn gedaan, op wie de stoffen zijn getest en waar de ingrediënten ervoor vandaan worden gehaald. 

Tekst gaat verder onder de video.

Bestel vast je tickets voor Exploring Stories

Trudy Dehue is op 30 september 2023 te gast bij onze grootste festivaldag, Exploring Stories, in meerdere zalen van TivoliVredenburg in Utrecht. Tickets zijn nu verkrijgbaar.

Je peutert soms ontstellende verhalen achter feiten vandaan. Welke ontdekking heeft je het meest verbaasd of geschokt?

Dat weet ik echt niet, want er is zoveel. Het gaat vooral om de machtsuitoefening door zowel kerkelijke en wetenschappelijke autoriteiten die zich niet verantwoorden voor wat ze zeggen en doen.

Je doorbreekt de geheimzinnigheid rond de miskramen van koningin Wilhelmina en schrijft over haar ‘abortus provocatus’, een persoonlijk onderwerp waarbij je ook zou kunnen zeggen dat discretie gepast is. Waarom doe je dat?

Inderdaad niet omdat ik uit zou zijn op onthullingen over de Oranjes. Het gaat er vooral om dat hierover moest worden gejokt in 1902, omdat Wilhelmina’s gynaecoloog strafbaar was volgens de toenmalige religieus geïnspireerde wet. Deze mocht geen zwangerschap beëindigen, ook niet als de vrouw erdoor in levensgevaar kwam. Wilhelmina was slechts vier maanden zwanger en de vrucht zou dus met haar zijn gestorven. Maar de classificatie ‘ziel’ stond haar redding in de weg. Kerkelijke autoriteiten schreven elke ongeborene een eigen ‘ziel’ toe, waarna zij het gezag erover kregen omdat zij zichzelf ook tot ‘zielzorgers’ hadden uitgeroepen. 

Was deze abortus provocatus bij Wilhelmina toen wel bekend gemaakt, dan had dat misschien tot een wetswijziging geleid, want daar werd toen al flink op aangedrongen door artsen. En dat had dan het leven van talloze andere vrouwen gespaard die nu aan een infectie of aan ernstig zwangerschapsbraken moesten sterven, samen met hun vrucht. 

Wilhelmina kon overleven doordat ze de koningin was en het drama zich in het Loo afspeelde dat in de bossen lag. Maar in Ierland hebben artsen begin 21ste eeuw nog een vrouw met hetzelfde probleem als dat van Wilhelmina laten sterven omdat dit moest van de wet. Zij lag in een ziekenhuis zodat de dokters haar niet in het verborgene konden helpen. De Ierse wet is hierna aangepast, maar in Polen en Texas moeten hulpverleners er nog steeds werkloos bij blijven staan, als ze al niet weglopen.

Heeft een zaadcel eenmaal je eicel bereikt dan verlies je zeggenschap over je lijf en dus je leven, want hij heeft al gauw een ‘kloppend hartje’ dat de feitelijk klinkende versie is van de vroegere ziel. Ook in Nederland geldt voor jou dan de Grondwet niet meer die stelt dat iedereen zelf het recht heeft om te bepalen wat er met zijn of haar lichaam gebeurt. Maar elders is het soms nog erger: een vrouw uit Texas van wie het kind in wording uiteindelijk als eerste stierf, heeft over haar ellende geschreven als een gedwongen wedstrijd op leven en dood tussen haar en haar verhoopte kind, dat haar dood dreigde te worden. 

Het baart me ook grote zorgen dat de huidige Nederlandse pro-life beweging sterk onder Russische en Amerikaanse invloed staat. We zouden ook beter van een ‘pro-dwang’ beweging kunnen spreken omdat zij mensen tot het uitdragen van een ongewilde zwangerschap wil dwingen, plus het krijgen van een kind.

De 21-jarige Wilhelmina kreeg in de vroege twintigste eeuw dus wel een abortus en anders was zowel zij zelf als de verhoopte nieuwe Willem van Oranje gestorven. En dit drama in het Loo illustreert nog iets heel belangrijks: hij laat zien dat de classificatie ‘abortus’ ook aan historische veranderingen onderhevig is, met grote gevolgen voor zwangere vrouwen en opnieuw in samenhang met veranderde materiële technologie. In Wilhelmina’s tijd stond ‘abortus provocatus’ voor ‘een miskraam uitgelokt door een arts bij een gewenste zwangerschap’. De term ‘abortus’ is ook pas in de laatste decennia van de 19de eeuw onderdeel geworden van de Nederlandse taal. Dat was nota bene in verband met miskraam-preventie die toen een medische aangelegenheid werd.

Alleen wie alle betekenisveranderingen van de classificatie ‘abortus’ doorgrondt, kan de huidige Nederlandse abortuswet ook goed begrijpen, licht ik toe in het boek en in artikel in de Groene Amsterdammer van 10 mei 2023.

Hoe kijk je persoonlijk aan tegen het huidige abortusdebat, het anti-abortuskamp dat zich toenemend roert?

In 2023 is het na jarenlange strijd gelukt om de vijf dagen bedenktijd af te schaffen en om de abortuspil tot de zevende week na de bevruchting beschikbaar te maken bij een huisarts. Dat zijn stappen vooruit, maar die hebben wel erg veel moeite gekost en veel huisartsen weigeren omdat ze het nu al veel te druk hebben. Vrouwen deden eeuwenlang zelf aan ‘het opwekken van de maandstonden’ wat geen ‘vruchtafdrijving’ heette. Nu er eindelijk een veilige stof voor is, moet die ‘abortuspil’ heten, welke classificatie de noodzaak van doktersbemoeienis impliceert. Maar de WHO bepleit al jaren dat dit middel vrij beschikbaar hoort te zijn en dat zelfs tot de negende week na de bevruchting. Het baart me ook grote zorgen dat de huidige Nederlandse pro-life beweging sterk onder Russische en Amerikaanse invloed staat. We zouden ook beter van een ‘pro-dwang’ beweging kunnen spreken omdat zij mensen tot het uitdragen van een ongewilde zwangerschap wil dwingen, plus het krijgen van een kind.

Waarom koos je de drietrap Ei, foetus, baby voor je titel? Hoe verhouden die drie zich tot elkaar?

Die titel drukt uit dat het om classificaties gaat. Hij is ingegeven door de driedeling ‘mens, dier, plant’ die mensen uit duidelijk eigenbelang hebben bedacht. Die rechtvaardigt dat we met dieren dingen doen waarvoor je in de gevangenis zou belanden als je het met een mens zou doen. Opsluiten bijvoorbeeld, en opeten, en ook met een riem om de hals met je mee laten lopen. 

Mensen zijn ook dol op classificaties in drieën. In de aanloop naar de abortuswet van 1984 is bijvoorbeeld bepaald dat een vrouw voor het ongedaan maken van een ongewenste bevruchting in een noodsituatie moest verkeren. Ze moesten voor commissies van mannelijke psychiaters verschijnen die dan bepaalden of die vrouw zich inderdaad in een ‘medische’, ‘existentiële’ of ‘maatschappelijke’ noodsituatie bevond.

Dus ook de vraag wat als een noodsituatie mag tellen is weer een cruciaal classificatievraagstuk. Als we het aantal abortussen per jaar tellen dan ligt daar een definitie van ‘een abortus’ en ook van ‘zwanger’ aan ten grondslag. Niet dat iedereen daar permanent over na zou moeten denken. Dat doen we ook niet voortdurend over de ingrediënten en herkomst van ons eten. Maar zeggen dat we ‘de feiten moeten laten spreken’, alsof die simpelweg de realiteit weerspiegelen is ten eerste weinig democratisch en negeert ten tweede de harde arbeid die het kost om deugdelijke feiten te maken. 

Bestel vast je tickets voor Exploring Stories