10 klimaatromans die je het geklungel van de mens laten zien

Met de groei van het aantal natuurrampen, de dreigende klimaatrapporten en de beklemmende klimaatangst onder de mensen, groeit ook het aantal klimaatromans. Romans vol dystopische voorspellingen voor onze toekomst en sombere vertellingen van hoe we het beter hadden kunnen doen, maar zoals psychologe en schrijfster Ellen de Bruin laat zien draaien klimaatromans misschien nog wel het meest om het machteloze geklungel van de mens. Ellen zet voor ons 10 romans op een rijtje die binnen haar interpretatie van dit genre passen.

Tags

Klimaat
Foto: Jonathan Ford / Unsplash

Al meer dan 1000 ILFU leden steunen de fictie. Jij ook?

Vertel me meer

Tot mijn verbazing bleek in 2021 ineens dat ik twee klimaatromans geschreven had. Ik wist amper dat dat een genre was. Zeker niet bij de eerste, Onder het ijs (2017). Dat boek begon met een beeld: een internationaal gemengde groep van niet al te handige klimaatwetenschappers op een onderzoeksschip. Ik vond dat zo’n mooie metafoor voor de hele mensheid, die wat klimaat betreft ook maar wat aanrommelt, op een planeet waar we óók niet vanaf kunnen. Dat schip werd mijn setting voor een verhaal over liefde en rouw, want de wereld mag dan ten onder gaan, je eigen persoonlijke drama’s voelen altijd urgenter. 

Iederéén rommelt maar wat aan, dat is denk ik mijn thema. Noem het ‘menselijk onvermogen’, als het chiquer moet. Maar bij mijn tweede roman, Kraaien in het paradijs (2021), kon ik er niet onderuit dat klimaatverandering ook een thema van mij is. Niet dat ik ooit heb gedacht: ‘laat ik eens een boek schrijven waardoor mensen korter gaan douchen’. Ik weet ook helemaal niet of dat kan. Maar klimaatverandering is een feit en daardoor werd het ook in Kraaien in het paradijs een decor. In een akelig nabije toekomst – de grote landzoogdieren zijn uitgestorven, het internet staat uit want het slurpte energie, vrouwenemancipatie is teruggedraaid – woont een vrouw op een voorheen paradijselijk eiland. Ze wil er weg, want er is al eens een moord gepleegd, en ze vestigt haar hoop op een man. Maar gaat hij haar helpen?

Mensen zijn sukkels. Misbruikers van macht, ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de rest van de levende natuur. Dát is denk ik mijn thema. Zo interpreteer ik de term ‘klimaatroman’ dan ook maar: verhalen over mensen die andere natuur vernietigen, en uiteindelijk ook zichzelf, omdat ze, nee we, maar wat aanklungelen. We lijken niet anders te kunnen. 

1. Douglas Adams - Het transgalactisch liftershandboek (2020, vertaald door Lia Belt) &
2. Richard Adams: Waterschapsheuvel (2015, vertaald door Max Schuchart & Renée Vink)

Aan het begin van Het transgalactisch liftershandboek ligt Arthur Dent in protest voor een grote gele bulldozer die zijn huis komt verwoesten, omdat de gemeente op die plek heeft een rondweg heeft gepland. Maar al snel blijkt hoe onbelangrijk dat is: een vloot grote gele ruimteschepen komt de hele planeet Aarde verwoesten, omdat er op die plek in het universum een intergalactische snelweg is gepland. Net op tijd vlucht Dent naar zo’n ruimteschip, met een vriend, die van een andere planeet blijkt te komen. Het verhaal doet denken aan Waterschapsheuvel van naamgenoot Richard Adams, ook een klimaatroman. Daarin vlucht een groep konijnen, waarvan één helderziend, voor de verwoesting van hun kolonie. Beide boeken bieden wat voor mij de essentie van literatuur is: een ingang tot een totaal andere wereld dan de bekende alledaagse, een wereld waarvan je niet had kunnen denken dat die bestond en waarin je graag (tijdelijk) vertoeft. In Waterschapsheuvel zie ik mijn eigen liefde voor de levende natuur op aarde verbeeld; Het transgalactisch liftershandboek beschrijft vooral buitenaards leven en is absurdistisch en eindeloos grappig (maar heeft wel minder konijnen). Met Douglas Adams begon mijn grote liefde voor Engelstalige literatuur.

3. Karen Joy Fowler - Totaal door het dolle heen (2016, vertaald door Wim Scherpenisse)

Dit is de beste roman die ik ken over mensen die met goede bedoelingen het leven van andere intelligente wezens en elkaar verwoesten. Ik weet nog precies waar en wanneer ik om het einde gehuild heb. Google het niet: het is een boek met een geheim dat op een kwart wordt onthuld en als je het dan nog niet geraden hebt, is het een schok om te lezen. Je kunt het boek daarna altijd herlezen, maar je kunt het maar één keer lezen terwijl je het geheim nog niet kent. Het gaat over een Amerikaanse studente die haar broer en haar zus mist. Waar zijn ze gebleven?

4. David Mitchell - Wolkenatlas (2014, vertaald door Aad van der Mijn & Jan Kuijper) &
5. David Mitchell - Tijdmeters (2014, vertaald door Harm Damsma & Nick Miedema)

In Wolkenatlas schotelt David Mitchell ons eerst een half negentiende-eeuws reisverhaal voor, dan een half verhaal in brieven, een half detectiveverhaal, een halve klucht, een half nabijetoekomst-robotverhaal, en dan ineens een héél post-apocalyptisch verhaal. Daarna krijgen we nog de tweede helften van de halverwege onderbroken verhalen. Op zich fijn, maar de apocalyps staat dus wel centraal. In Tijdmeters strijden twee rivaliserende bendes onsterfelijken met elkaar, dat houdt onze aandacht vast, maar aan het eind is het klimaat onleefbaar en de (gewone) mensheid gedoemd. Er zijn wetenschappelijke artikelen geschreven over de manier waarop David Mitchell klimaatverandering en menselijke roofzucht in zijn romans beschrijft. Hij houdt onze aandacht vast – wat een stijl, wat een knappe structuren, wat heerlijk om te lezen, wat een meesterschap! – en intussen, kun je denken, gaat de wereld zoals we die kennen ten onder.

6. Leni Zumas - Rode klok (2018, vertaald door Linda Broeder)

Ook dit is klimaatverandering: mannen die vrouwen weer meer gaan ontzeggen. Het recht op abortus, bijvoorbeeld. Leni Zumas beschrijft het leven van vier vrouwen in een kustplaatsje in de staat Oregon, in een toekomst zo nabij dat het nu zou kunnen zijn. Een van hen is een wat wereldvreemde, nee, mensvreemde natuurgenezeres. Een ander een slim tienermeisje dat zeebioloog wil worden, maar per ongeluk zwanger raakt. De natuurgenezeres kan haar helpen, maar krijgt de schuld van een zeewierplaag en er volgt een heksenjacht. Logisch: wat is een heksenjacht ook anders dan een vrouwenjacht, voortkomend uit angst voor de natuur.

7. Ruth Ozeki - Een tijdelijke vertelling (2013, vertaald door Bert Meelker)

De man van Ruth maakt ‘langzame kunst’ over de opwarmende aarde: bij hun dorp in British Columbia plant hij boomsoorten die daar 55 miljoen jaar geleden groeiden, toen het er palmboomwarm was, alligatorwarm. Intussen vindt Ruth haar eigen werk aan een roman al te traag. Dat werk stokt helemaal als op het strand het dagboek aanspoelt van een Japans meisje, Nao (spreek uit now, nu), dat zich een time being noemt, een wezen dat leeft in de tijd. Leeft Nao nog, of is ze omgekomen in de tsunami bij Fukushima in 2011? Grappig: de Ruth-hoofdstukken zijn in de zij-vorm geschreven, de Nao-dagboekdelen in de ik-vorm. Ruth Ozeki is een boeddhistische priester en je kunt dit prachtige, overvolle boek een meditatie noemen op het wezen van de tijd en op de grenzen van het zelf. Maar het leest wel veel lekkerder weg dan die zin doet vermoeden. Er komen ook nog twee katten in voor, altijd een pre.

8. Barbara Kingsolver - Onbeschut (2019, vertaald door Rene van Veen)

Ook dit boek vertelt in afwisselende hoofdstukken de verhalen van twee families, maar dan een in de 19de en een in de 21ste eeuw. Ze wonen in hetzelfde huis (in de VS), een bouwval, en hebben geen geld om het op te knappen. In het heden kunnen de linksige ouders (universitair docent en journalist) geen vaste baan krijgen, de rechtse communisten-hatende opa die bij hen inwoont is ziek en onverzekerd, de volwassen kinderen (hedgefonds-managende zoon, milieu-activistische dochter) komen weer thuis wonen, de zoon zelfs met een baby. Doordat vader en opa Grieks zijn, doet hun verhaal voortdurend aan een Griekse tragedie denken. Intussen zijn de 19de-eeuwse helden Darwin-gezinde wetenschappers (toen dat niet mocht), waardoor je je extra bewust bent van de 21ste-eeuwse strijd om de survival of the fittest. En dat bouwvallige huis? Dat is natuurlijk de aarde zelf.

9. Juli Zeh - Ons soort mensen (2018, vertaald door Annemarie Vlaming)

Ergens in het (fictieve) dorpje Unterleuten, bij Berlijn, moet een windmolenpark komen, want de gemeentekas is leeg. Maar op wiens land? Wie gaat er last van krijgen en wie gaat er meeverdienen aan iets waar de meeste dorpelingen tegen zijn? Zeh beschrijft mooi antropologisch, een personage per hoofdstuk, wat er gebeurt met zo’n dorpje, waar langlopende vetes tussen oudgedienden bestaan en waar begin 21ste eeuw ineens mensen uit de stad komen wonen, op zoek naar rust en ruimte. Zoals de socioloog uit Berlijn die met een studente is getrouwd, en het nu in Unterleuten als vogelbeschermer opneemt voor, uiteraard: de kemphaan.

10. Diverse auteurs: I’m With the Bears: Short Stories from a Damaged Planet (2011)

Als ik me echt somber wil voelen, trek ik deze expliciet klimaatactivistische verhalenverzameling uit de kast (de opbrengst was voor grassroots-energietransitiebeweging 350.org). De titel klinkt misschien alsof we in 2011 dachten dat we klimaatopwarming vooral moesten tegengaan om de ijsberen te helpen, maar de verhalen prediken wel degelijk de ondergang van de mensheid. David Mitchell beschrijft een wereld waarin olie drieduizend dollar per vat kost en een verbod, lees moord, op ouderen dreigt. In het Londen van Toby Litt, 2040, wordt 1940 nagespeeld, compleet met avondklok en verduistering, omdat dat energie-efficiënter is dan gewoon doorgaan met leven. Het 2040 van Helen Simpson is een zwarte nachtmerrie en Margaret Atwood danst in drie diep deprimerende bladzijden door de menselijke geschiedenis.