5 boekentips over lastige families

Ieder huisje heeft zijn kruisje. Uitkijkend op de Boekenweek, dit jaar met het thema 'Bij ons in de familie', tipt Haroon Ali ons 5 boeiende boeken over complexe gezinnen.

Opslaan

Tags

Lijstjes Familie

Word ILFU Member en steun onze schrijvers en verhalen

Vertel me meer

Onder hoogspanning

We hebben allemaal plaatjes in ons hoofd over hoe een familie eruit zou moeten zien. Clichés die ons worden ingeprent door zoetsappige, vaak ouderwetse Hollywoodfilms. We zien de archetypen al voor ons. De vader die kampeert met zijn zoon en levenslessen deelt bij het kampvuur. De moeder die gezellig gaat winkelen met haar dochter, en bij de brunch oreert over de liefde. Familieleden die kerstliederen zingen rondom de piano. Opa’s en oma’s die aan een lange eettafel schaterlachen om herinneringen aan vroeger, terwijl de kleinkinderen elkaar knipogen geven en inside jokes naar elkaar fluisteren. Warmte, affectie en geborgenheid.

Maar veel families staan juist onder hoogspanning, omdat gezinsleden op eierschalen moeten lopen en dienen te zwijgen over gevoelige thema’s. Laat je vooral niet uit de tent lokken en negeer passief-agressieve opmerkingen, om grotere ruzies te voorkomen en heelhuids de familiebijeenkomst te verlaten. Die precaire dynamieken kunnen doodvermoeiend en zelfs gekmakend zijn. Maar ze zijn ook een literaire goudmijn. Ik schreef zelf een boek over mijn gecompliceerde Pakistaans-Nederlandse familie, hoe het voelde om als queer jongen op te groeien in een islamitisch gezin, en de spanning die ik daar bij voelde.

De uitdrukking ‘Bij ons in de familie’ – dit jaar tevens het Boekenweekthema – insinueert dat gezinnen geheimen met zich meedragen, die niet mogen worden geopenbaard. Schrijven over familie is niet zonder gevaren. Je kunt problemen verergeren en dierbaren tegen je krijgen. Maar het kan ook louterend zijn. Het schrijven van Half hielp mij om de plaatjes in mijn hoofd los te laten, en het verleden achter me te laten. Mijn partner heeft ook een andere familie dan hij had gewild, dus we vonden elkaar in dat gemis. We zijn na twaalf jaar in zekere zin elkaars gezin geworden. We creëerden samen een geborgen thuis, waar nu ook een hondje rondloopt.

Blood is thicker than water’, zo luidt een bekende spreuk. Gaat de bloedband boven alles? Moet je alles pikken van familie, alleen omdat je een biologische band met ze hebt? Ik ken veel lhbtiq+ personen die door hun ouders werden verstoten om wie ze zijn. Na hun coming-out betekende die bloedband plotseling niets meer. In mijn nieuwe boek Spectrum, over de regenbooggemeenschap in de 21ste eeuw, benadrukken geïnterviewden het belang van een chosen family; vrienden die voor je klaarstaan, juist als familieleden je laten vallen. Je hebt misschien niet dezelfde genen als je vrienden, maar gevoelsmatig wel hetzelfde DNA.

Toch kunnen we bloedverwanten nooit helemaal van ons afschudden, hoe hard we ook van ze weghollen. Van je familie moet je het hebben, vooral in de literatuur. Dit zijn mijn vijf tips.

1. Deborah Feldman - Unorthodox: The Scandalous Rejection of my Hasidic Roots (2012)

Religieuze structuren en dogma’s kunnen zwaar drukken op een gezinsleven. Ik heb zelf vooral ervaring met de islam, en las ook Nederlandse literatuur over gereformeerde gezinnen. Ik wist voorheen weinig over het orthodoxe jodendom. Uit nieuwsgierigheid maakte ik eens een wandeling door South-Williamsburg, een New Yorkse wijk die wordt bevolkt door chassidische joden van de Satmar-beweging. Feldman groeide op in deze gesloten gemeenschap, en zat gevangen in een seksueel en emotioneel disfunctioneel huwelijk. In Unorthodox beschrijft ze de mores van deze religieuze sekte, en hoe ze die later ontvluchtte. Er is ook een gelijknamige Netflix-serie van gemaakt, maar het boek is meer beladen en ook inzichtelijker.

2. Michael Cunningham – A home at the End of the World (1990)

Cunningham was een van de eerste gay auteurs die ik las, en zijn roman A home at the End of the World kantelde mijn kijk op een ‘normaal’ gezin. Bobby en Jonathan zijn beste vrienden, die in hun jeugd ook seksueel met elkaar experimenteren. Ze raken elkaar kwijt maar ontmoeten elkaar weer als twintigers. Bobby trekt dan in bij Jonathan en zijn huisgenoot Clare. Hoewel Clare eerst van plan was om een kind te maken met Jonathan (die gay is), wordt ze zwanger van Bobby, die haar minnaar is. Ze besluiten met zijn drieën naar het platteland te verhuizen en de baby samen op te voeden. Hoewel die polyamoureuze constructie ook complicaties en jaloezie met zich meebrengt, leerde ik door dit verhaal dat je conventies kunt loslaten.

3. Johan Fretz – Onder de Paramariboom (2018)

Opgroeien tussen twee culturen kan zwaar zijn, dus boeken die daarover worden geschreven zijn dat dikwijls ook. Maar Fretz schreef een gevatte roman over zijn gemengde afkomst, en de zoektocht naar zijn Surinaamse wortels. Ik vind het knap hoe hij humor weet te vinden in de cultuurclashes tussen zijn nuchtere Hollandse vader en onvoorspelbare Surinaamse moeder. Die dialogen zijn scherp, soms zelfs absurd, maar ook ontroerend. Hij schrijft ook geestig over de cultuurshock die hij ervaart in Suriname; vooral de miscommunicatie met lokale inwoners is vermakelijk. Maar Fretz maakt als buitenstaander nooit de Surinamers en hun gewoonten belachelijk; tevens een goede tip voor mensen die over hun roots willen schrijven.

4. Sang Young Park – Liefde in de grote stad (2021)

Sowieso verfrissend om eens te lezen hoe een Zuid-Koreaanse gay man worstelt met liefde en intimiteit. Hij verschuilt zich achter venijnige opmerkingen en verdrinkt zijn emoties met soju. Maar als zijn moeder kanker krijgt, dwingt het hem om zich kwetsbaarder op stellen. Vooral een scène met zijn strenggelovige moeder in het park blijft me bij, omdat die vol emotie zit, maar nergens sentimenteel wordt: ‘Het enige wat ik nu kon doen was al mijn gedachten aan de kant schuiven en simpelweg toekijken, terwijl ze naar me glimlachte en betekenis gaf aan onnozele dingen zoals het ondergaan en het opkomen van de zon. Het enige wat ik kon doen was wachten tot ze doodging. En hopen dat ze dood zou gaan zonder iets te weten.’

5. Maral Noshad Sharifi – Citroeninkt (2023)

Een indrukwekkende, autobiografische roman, over een Iraans gezin dat moet aarden in het exotische Nederland, met al onze vreemde gebruiken. Noshad Sharifi maakt goed invoelbaar welke trauma’s gevluchte mensen met zich meedragen, hoe gezinsleden die op elkaar projecteren en aan hun kinderen doorgeven. Hoe kun je als ‘half mens’ weer compleet worden, als je zoveel van jezelf hebt achtergelaten in je geboorteland? Citroeninkt is mooi opgebouwd: van de kinderlijke gedachten van hoofdpersoon Talar, tot de snoeiharde confrontatie met haar moeder als ze ouder is. Noshad Sharifi las het audioboek zelf voor, en doet dit vol vuur. Maar in haar stem hoor ik vooral compassie voor haar familie, en een liefde voor de Iraanse cultuur.