Willemijn Tillmans won het C.C.S. Cronestipendium en debuteerde met 'Wonderkind'

In november 2024 debuteerde Willemijn Tillmans met Wonderkind, een doorwrochte roman waarin Mia Compré zich afvraagt wanneer haar jeugd een andere wending begon te nemen en wie daaraan schuldig was: zijzelf of haar vader. Voor dit werk ontving Tillmans het C.C.S. Cronestipendium, een prijs van de Gemeente Utrecht voor beloftevolle Utrechtse schrijvers. We spraken Tillmans over debuteren, over het winnen van een prijs voor je eerste boek verschenen is en over de adviezen die ze aan jonge schrijvers zou geven.

Interview door Gijs Wilbrink

Tags

Debuut Interview
Willemijn Tillmans staat met haar armen over elkaar.
Foto: Keke Keukelaar

Word ILFU Member en steun onze schrijvers en verhalen

Vertel me meer
Je debuutroman Wonderkind verscheen afgelopen november, recensenten in de Volkskrant en Parool prezen de manier waarop je het verhaal weet te vertellen. Hoe kijk je nu terug op het debuteren?

Door mijn werk als acquirerend redacteur bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar wist ik al hoe het kan zijn wanneer een debuutroman de wereld in gaat – maar dan uiteraard van de andere kant. Het was leerzaam om te zien hoe het werkt als je iets heel lang bij jezelf houdt, en dat het dan ineens in de winkels ligt en het van iedereen is. Een recensent legde bijvoorbeeld heel erg de nadruk op de zwaarte van de roman, op de chaos van het gezin, de trauma’s – terwijl er ook genoeg te lachen valt in Wonderkind. Dan vind ik het prettiger wanneer iemand een genuanceerdere lezing van het boek geeft, zelfs al is diegene kritisch.

Van begin af aan heb ik mezelf voorgenomen om vooral heel erg blij te zijn met dit boek. Het is iets waar je erg veel tijd in steekt, en het feit dat het uiteindelijk het levenslicht ziet is al fantastisch.

Ben je anders naar publiceren gaan kijken?

Ik heb gemerkt dat je als auteur heel kwetsbaar bent. Er komt onherroepelijk het moment dat je boek door de uitgeverij naar de drukker wordt gestuurd en dat is heel eng, terwijl je eigenlijk alleen maar heel trots zou moeten zijn op wat je hebt gemaakt. Het is al een succes als je zelf achter je werk staat, en natuurlijk is je boek goed genoeg, anders was het niet uitgegeven. Dat wil ik toekomstige debutanten zeker meegeven, dat je geen bevestiging van anderen nodig hebt. Als redacteur merk ik dat sommige auteurs het gevoel hebben dat ze iets fout hebben gedaan als een boek niet meteen een enorme bestseller is, maar het is zo lelijk om ergens zoveel tijd in te stoppen en vervolgens jezelf alleen maar te vergelijken met het succes dat anderen hebben.

Kortom: ik heb geleerd dat ik boeddhistischer ben dan ik dacht, en dat ik vooral erg trots ben op wat ik heb gemaakt.

Ook kans maken op het C.C.S. Cronestipendium?

De Gemeente Utrecht nodigt ieder jaar beloftevolle Utrechtse auteurs uit zich aan te melden voor de C.C.S. Cronestipendia. De stipendia bedragen € 3000,- en zijn bedoeld om een volgende publicatie mogelijk te maken. Proza, poëzie, non-fictie, kinderboeken, columns, alle genres komen in aanmerking.

Meld je aan
Ook kans maken op het C.C.S. Cronestipendium?
Heb je lang aan je debuut gewerkt?

Dat viel nog wel mee, drie jaar.

Hoe wist je de concentratie voor dit boek te vinden, naast je werk als redacteur?

Twee jaar lang heb ik eens per twee weken een heel weekend vrijgemaakt om in volle concentratie te schrijven. Op het laatst, toen de deadline naderde, heb ik een paar weken vrij genomen om me alleen op mijn boek te storten. Wat voor mij goed werkte was om aan het eind van een schrijfsessie een puntsgewijs plan maken voor wat er vervolgens in het verhaal moest gebeuren. Als je stopt op het moment dat je niet meer weet hoe je verder moet, dan ben je de volgende keer een halve dag bezig om te bedenken wat je ook alweer ging doen. Maar als je stopt wanneer je goed weet wat hierna komt, dan heb je altijd zin om weer verder te gaan. Het maakt daarbij niet eens uit of je je vervolgens aan die plannen houdt, daar wijk je al schrijvende toch wel van af, maar de plannen zelf houden je in ieder geval actief.

Veel auteurs ervaren ergens in het proces een omslagpunt waarop het schrijven ineens makkelijker gaat. Dan produceer je ineens twee keer zoveel woorden in een dag. Had jij dat ook?

Jazeker, al wantrouwde ik dat effect ook meteen: ‘Hoezo heb ik vandaag ineens 3000 woorden geschreven? Dat kan echt niet goed zijn.’ Maar als je later terugleest wat je hebt geschreven, blijkt het wel degelijk goed te zijn. Je zit gewoon meer in het verhaal, je begrijpt beter wat je wil zeggen. Ik had die ervaring vrij laat in het proces. Dat komt omdat ik lange tijd al precies wist wat ik wilde gaan doen met het einde van Wonderkind, maar ik wist niet of ik dat ook echt ging redden. Er hing veel af van de laatste pagina’s, dus dat vond ik erg spannend. En tegen de tijd dat ik aan dat belangrijke stuk toekwam stond het boek al in de aanbiedingscatalogus van de uitgeverij, ik had al vrij genomen om de roman af te maken, dus ik moést er wel in slagen. Dat was doodeng. Maar ik ben erg blij met het resultaat. Het is een beetje een love-it-or-hate-it einde geworden, maar dat maakt het verhaal juist ook minder voorspelbaar, en in die pagina’s zit wel echt de kern van het boek.

Het is belangrijk om niet teveel haast te hebben hebben. Om de tijd te nemen om aan je boek te werken, erover na te denken, het te veranderen, te experimenteren.

De ene auteur werkt in volledige afzondering naar een eerste versie van een manuscript toe, de ander vinden het fijn om tussendoor te overleggen met een redacteur. Welke van de twee ben jij?

Ik poogde steeds een hele eerste versie te schrijven, maar ik liep er nog wel eens op vast, dus dan was het prettig om te overleggen met mijn redacteur Juliët Jonkers en mijn uitgever Jasper Henderson. Dan stelden ze kritische vragen: wat ben je nu eigenlijk aan het doen? En als ik dat probeerde uit te leggen dan zeiden ze: ‘o, maar waarom doe je het dan niet gewoon zo en zo?’ Dan liep ik naar buiten en dan dacht ik ‘Fuck, je hebt gelijk maar ik wil niet dat het zo eenvoudig is als jij nu beweert.’ Vaak hadden ze dan toch gelijk. Maar ik ben ook eigenwijs geweest, ik wilde niet zomaar een Wonder Years schrijven, een nostalgisch boek over de jaren 80. Daar heb ik er zelf wel genoeg van gelezen, en ik wilde meer dan dat. Dus ik ben me erg gaan verzetten tegen een oversimplificering van het verhaal, en zo daagden we elkaar uit.

Wat heeft het winnen van het C.C.S. Cronestipendium jou gebracht?

Allereerst was de timing fantastisch. De dag na de uitreiking was mijn deadline om het definitieve manuscript in te leveren, dus het was een heel fijne erkenning dat ik iets had gemaakt dat ook echt goed was. Ik kreeg ook veel reacties, dat ik al een prijs heb ontvangen terwijl het boek er nog niet was. Het Cronestipendium is een van de weinige plekken waar je een stimuleringsbeurs kunt krijgen als debutant.

Heb je nog een tip voor nieuwe debutanten?

Ik denk dat het belangrijk is om niet teveel haast te hebben hebben. Om de tijd te nemen om aan je boek te werken, erover na te denken, het te veranderen, te experimenteren met vormen. Mensen willen zo graag ‘een schrijver zijn’, ze willen zo graag dat dat boek in de winkel ligt dat ze vergeten dat dat het moment is dat je er helemaal niks mee aan kan doen. Maar voor die tijd, bij het schrijven, ligt alles nog open, en daar moet je van genieten. Je moet het vertrouwen hebben dat het wel komt.

Wonderkind

Als je Mia Compré zou vragen wanneer het verhaal van haar jeugd een andere wending begon te nemen, zou ze ongetwijfeld antwoorden dat het gebeurd moet zijn op die vroege septemberochtend in 1987, toen de verhuiswagen van haar nieuwe buren de straat in draaide en zich klemreed tussen hun Volkswagen Jetta en een puincontainer. Marjan Compré zou vermoedelijk zeggen dat het gezin dat ze zo angstvallig bij elkaar probeerde te houden uit haar handen glipte toen haar man begon te verkondigen dat zonder zijn kennis van de Negende Symfonie van Beethoven de compact disc nooit zou hebben bestaan. Mia’s grootmoeder zag het al misgaan bij de geboorte van haar kleindochter. Op het moment dat Mia vastzat achter het schaambeen van haar moeder kreeg ze het akelige gevoel dat dit een voorbode was van iets veel groters. Zeker is dat Mia jaarlijks terugkeert naar Geldrop, waar haar vader op haar twaalfde verjaardag uit haar leven verdween. Want in dat kleine dorp aan de rand van Eindhoven hoopt ze uiteindelijk het antwoord te vinden op de vraag wie er schuldiger was: zij, of haar vader.

Meer informatie