13 romans met hoofdpersonen die tussen de traditionele genders en rolpatronen bewegen

Afgelopen maart werd bekend gemaakt dat het op basisscholen in het Amerikaanse Florida verboden zou worden om met kinderen onder de negen jaar te spreken over onderwerpen als gender en seksualiteit, met grote protesten tot gevolg. Deze 'don't say gay-wet' en de woede die het teweeg bracht laat zien hoe belangrijk het nog steeds is om zulke onderwerpen niet in de doofpot te stoppen maar te omarmen. Valentijn Hoogenkamp stelde voor ons een leeslijst samen van boeken die de fluïditeit en veelzijdigheid van het genderspectrum vieren. Het zijn genderbending-verhalen, gegoten in net zo veelzijdige fictie, van een stripboek tot een literair pleidooi voor radicale individuele vrijheid.

1 reactie

Tags

Gender Identiteit
Foto: John Anvik

Al meer dan 1000 ILFU leden steunen de fictie. Jij ook?

Vertel me meer

"Heb ik je ooit verteld over de tijd dat ik een meisje was?"

Orlando, de schepping van Virginia Woolf, valt na 30 jaar als man te hebben geleefd in een diepe slaap en wordt wakker als een vrouw. ‘Dank God dat ik een vrouw ben!’ roept ze uit als de aanblik van haar bevallige enkels een matroos uit het kraaiennest laat vallen. Orlando zal nog 300 jaar leven en steeds wisselen tussen een mannen- en vrouwenlichaam. Virginia Woolf zet hier als verteller geregeld vraagtekens bij, maar Orlando’s tijdgenoten niet. Het blijft huwelijksaanzoeken regenen. De personages in de volgende boeken zijn trans, non-binair of bewegen zich tussen genders en rolpatronen in. Je gunt ze, net als Orlando, een zelf dat niet hoeft te worden uitgelegd of te worden bevochten.

1. Ali Smith – Girl Meets Boy (2007)

‘Heb ik je ooit verteld over de tijd dat ik een meisje was?’ vraagt de opa van Anthea en Imogen aan het begin van deze wonderschone novelle. Imogen laat al meteen weten het hier niet mee eens te zijn, zoiets bestaat niet. Maar als haar zus Anthea verliefd wordt op de genderqueer activiste Robin moet Imogen haar wereldbeeld aanpassen. Dromerige gedachtestromen, heteropaniek en het rotsvaste geloof dat je een oud verhaal altijd kunt vervangen door nieuw begrip. Smith mixt maatschappijkritiek met fabelachtige elementen, want Girl meets boys is een hervertelling van de mythe van Iphis en Iante, de enige verbeelding van lesbische liefde in de Griekse mythologie.

2. Andrea Lawlor - Paul Takes the Form of a Mortal Girl (2019)

Paul Polydoris heeft een geheim: hij kan van gender wisselen. Naar believen groeit hij borsten of trekt zijn penis terug in zijn lichaam. Deze kwaliteit gebruikt hij om liefde te vinden: als man in een leerclub, als lesbienne in zijn relatie met de veganistische Diane voor wie hij mixtapes maakt. Dit boek dompelt je onder in de 90’s queer-en punkcultuur van Amerika: Riot Grrl, het Michigan Womyn's Music Festival, het regenboogkleurige San Francisco en de opkomst van ACT UP. Glorieuze seksscenes (‘smut!’ volgens de kaft) en van de mixtapetitels kun je een afspeellijst maken als soundtrack bij het boek.

3. Akwaeke Emezi – Freshwater (2018)

In dit weelderige debuut groeit de Nigeriaanse Ada op als ogbanje, een ‘kind dat komt en gaat.’ Er huizen meerdere geesten in haar lichaam en één van die geesten wil het liefst zo snel mogelijk terug naar de overkant en probeert Ada daarom te laten sterven. Terwijl de geesten om controle worstelen, verdwijnt Ada’s ik steeds meer naar de achtergrond. Emezi, die zelf ook ogbanje is, vertelde in een interview dat huns boek een antwoord is op de Westers-medische wijze van naar gender kijken. In plaats van een trauma of een ziekte is de meerstemmigheid van Ada een spirituele ervaring, die tot uiting komt in haar lichaam.

4. Andreas Burnier – Het jongensuur (1969)

Tijdens de bezetting en bevrijding houdt de Joodse Simone zich schuil op telkens nieuwe onderduikadressen. Keer op keer moet zij zich een identiteit aanmeten, nieuwe vrienden maken en ze voelt zich steeds meer gevangen in een vrouwenlichaam. Ook heeft ze grote moeite met de calvinistische moraal van de boerengezinnen. Ze wil naar school, vechten, alles wat mannen mogen en schopt tegen de scheidingslijn tussen de geslachten. Want als ze een man was zou ze ‘er net zo uitzien als iedereen en vanzelf begrijpen wat anderen bedoelen.’ Deze grimmige klassieker staat aan het begin van de Nederlandse transgenderliteratuur.

5. Alara Adilow – Mythes en stoplichten (2022)

Alara Adilow werd tijdens haar boekpresentatie zeer terecht ‘een furore’ genoemd door Maria Barnas. Ik wil gewoon mijn boodschappen doen als vrouw / Een studente en een oudere vrouw staren alsof ik een postfeministisch kunstwerk ben / omringd door felgekleurde verpakkingen van schoonmaakproducten (…) Ik weiger hun blikken mij te laten vervormen. Adilow sleurt je mee naar binnen, in een lichaam dat passend wordt gemaakt door taal. Door haar ogen zie je dagen van steen, een jongen die een wolk uit haar slaat, gebroken stoplichten naast ingezaaide botten op een akker. Het uitzicht vervormt voortdurend, blijft net zo ongrijpbaar als gender en identiteit.

6. Kacen Callender – Felix Ever After (2020)

Felix Love is nog nooit verliefd geweest, want hij is bang dat hij als zwart, queer, transpersoon net te ingewikkeld is voor een toekomstige aanbidder. Als een anonieme student transfobe berichtjes stuurt en foto’s van voor zijn transitie ophangt op school, plant hij een wraakactie. Hierdoor raakt hij juist bevriend met de jongen die hij verdenkt. Wie bekend is met het Young Adult-genre ziet de liefdesdriehoek waarin Felix terecht komt al van ver aankomen.
Dit boek stelt een waardevolle vraag: wat als transitie geen eindpunt is? Ondanks zijn operatie en nieuwe naam worstelt Felix nog steeds met de vraag wie hij is. Over deze twijfel lees je niet vaak.

7. Mariken Heitman – De wateraap (2019)

De wateraap-hypothese gaat ervan uit dat in de evolutie van aap naar mens er een tussenvorm is geweest die in of bij het water heeft geleefd. Voor biologiestudente Elke vormt de onbewezen theorie van de wateraap een houvast, omdat ze zelf terug zou willen naar een vorm waarin nog niet bepaald is wie je bent. Want Elke is geen kind meer maar bloeit ook niet uit tot vrouw of man, lijkt dichter bij de natuur te staan dan bij de labels en constructies van de mensen.
Schrijver Mariken Heitman noemde dit boek een ontdekkingstocht, waarin ze al schrijvende de parallellen tussen de wateraap en haar eigen genderbeleving trok: ‘alles is fictie en alles is waargebeurd. Ergens daartussen zit ik.’ En zo wordt ook de binairiteit van fictie-autobiografie ondergraven.

8. Torrey Peters - Detransitie, Baby (2022, vertaald door Janneke van der Meulen)

Ames, een transvrouw die nu weer als man door het leven gaat (de de-transitie uit de titel) maakt zijn geliefde Katrina zwanger, terwijl hij dacht onvruchtbaar te zijn na zijn jarenlange hormoonbehandeling. Katrina wil de baby houden, maar wist tot de zwangerschap niets van Ames verleden als vrouw. Ames wil geen vader worden omdat dit het soort mannelijkheid is waar hij zich niet goed bij voelt. Dus komt hij met een gezocht plan: misschien kunnen ze het kind opvoeden samen met zijn ex Reese, een transvrouw die zelf geen kinderen kan krijgen maar dolgraag moeder wil worden? Een radicale zedenschets met levensechte personages.

9. Tobi Lakmaker - De geschiedenis van mijn seksualiteit (2020)

Sofie zit er in dit boek net tussenin: tussen de meisjes en de jongens. Het lukt Tobi Lakmaker dit onbestemde gevoel zo kraakhelder te beschrijven dat je Sofie meteen in je hart sluit. Ondertussen trekt Sofie langs een stoet aan geliefden en kan steeds maar niemand vinden in wiens borsten ze gewoon mag verdwijnen, er moet gepraat worden of gevingerd op momenten dat ze eigenlijk een paar kusjes wil geven. Omdat Lakmaker de lezer direct aanspreekt is het net een kroeggesprek, of een humble brag. Hilarisch, tot het laatste hoofdstuk dat al die bedroefde bravoure in één klap een oorzaak geeft.

10. Thomas van der Meer – Welkom bij de club (2019)

Thomas heeft er in deze roman geen moeite mee dat hij een jongen is, maar zijn omgeving moet aan zijn transitie wennen. Zijn moeder geeft hem in een aandoenlijke scène op het stadshuis zijn nieuwe naam. Maar mevrouw Krabbenborg, zijn manager, neemt steeds mensen mee naar zijn werkplek om hem showen, want ze weet niet hoe ze anders moet uitleggen wat Thomas is. Uiteindelijk wil Thomas het translabel achter zich laten en gewoon verder leven als man, met een nieuwe baan en een leuke vriend. Van der Meer beschrijft alle stappen van het ingrijpende transitieproces op een lichte toon.  

11. McKenzie Wark - Reverse Cowgirl (2020)

Reverse Cowgirl is een memoire van iemand die onbekend blijft voor zichzelf. McKenzie is niet gay en niet heteroseksueel en beschrijft dit gevoel als leegte waar ze omheen leeft, die ze dicht weet te benaderen tijdens momenten van drugs en seks maar waar ze nooit helemaal mee samenvalt. Omdat ze zichzelf niet herkent in bestaande transverhalen gaat ze op zoek naar een nieuwe vertelvorm, wat leest als iemand die e-mails verstuurt vanuit haar dromen.     

12. Meg John Barker, Jules Scheele – Queer, A Graphic History (2016)

Wie zich wil inlezen in de historische en huidige opvattingen over gender en seksualiteit kan nogal verdwaald raken in het brede queer theory veld dat academische kritiek, activisme en popcultuur omvat. Dit stripboek is zeer geschikt als kennismaking. Het legt de belangrijkste theorieën uit en parafraseert denkers als Michel Foucault, Judith Butler, Gayle Rubin, bell hooks en Audre Lorde. Cartoons zoals die waarop een vrouw en een dragqueen aan elkaar vragen ‘waarom verkleed jij je als een vrouw?’ zetten je aan het denken.   

13. Maggie Nelson – De argonauten (2016, vertaald door Nicolette Hoekmeijer)

Filosofische verhandeling, memoire, liefdesbrief. In De Argonauten beschrijft Maggie Nelson haar relatie met Harry Dodge, een genderfluïde kunstenaar die zichzelf butch noemt maar eigenlijk niet geïnteresseerd is in genderaanduidingen. Scenes uit hun leven samen worden doorweven met reflecties op Gilles Deleuze, Judith Butler en Ludwig Wittgenstein en de vraag of je iets onbenoembaars toch kunt benoemen, of dat je het daarmee vastpint als iets wat het niet is. Op lenige wijze verknoopt Nelson taal, ervaring en betekenis, om uiteindelijk te concluderen dat er soms geen conclusie is, dat het chaos blijft.

Verwijderde gebruiker

Rapporteer

💙

4 maanden geleden