In de korte tijd dat ik verslingerd was aan hardlopen (en het zo vaak deed dat ik er een hardnekkige knieblessure van kreeg die tegenwoordig alleen nog opspeelt als ik aan hardlopen denk), heb ik meermaals kortstondig de rush van de loper ondergaan, de ‘runners high’. Benali schreef over zijn marathon, Murakami beschreef secuur wat het lopen voor zijn leven en werk had betekend, maar niemand heeft die endorfinekick van de loper volgens mij beter beschreven dan Alan Sillitoe, in zijn schitterend-sombere De eenzaamheid van de langeafstandsloper: ‘Dit is de allermooiste minuut, want als ik zo naar beneden suis zit er geen enkele gedachte, geen enkel woord, geen beeld, niets meer in mijn hoofd. Ik ben helemaal leeg, zo leeg als ik was voor mijn geboorte, en ik laat mezelf denk ik niet vallen omdat er in het diepste putje van mijn binnenste iets zit dat niet wil dat ik doodga of mijn benen breek.’