Brief aan de minister: Alexis de Roode heeft een leestip voor stikstofminister Van der Wal

Twintig schrijvers vormen een 'literair schaduwkabinet'. Ze schrijven elk een brief aan een minister uit het kabinet-Rutte IV, met daarin een leesadvies. Geen non-fictie, geen zelfhulpboeken of op feiten gestoelde analyses van maatschappelijke onderwerpen, maar fictie, romans, gedichten en verhalen die je in het hoofd van iemand anders verplaatsen. En dat is essentieel voor bewindslieden die aan het hoofd staan van een democratie. Vandaag aflevering 10: dichter Alexis de Roode heeft een leestip voor Christianne van der Wal-Zeggelink, minister van Natuur en Stikstof. Heb je zelf ook een goede romantip voor Van der Wal, laat die dan hieronder achter in de comments.

1 reactie

Tags

Literair Schaduwkabinet Politiek Natuur

Al meer dan 1000 ILFU leden steunen de fictie. Jij ook?

Vertel me meer

Hooggeachte mevrouw Van der Wal-Zeggelink,

 

Het is een vreemde gewoonte, vindt u niet, dat schrijven van lange brieven aan beroemde of belangrijke mensen die men niet kent, in openbare media. Zo’n brief heeft vaak iets van een aanranding in woorden, vind ik, alsof er ineens iemand met een tractor in je voortuintje staat en een kuub mest over je bloeiende rozen uitstort: “Alstublieft! Ik dacht, die rozen kunnen wel wat stront gebruiken! Ik heb namelijk van alles over u gelezen op internet!”

Ik aarzelde daarom ernstig, toen mij werd gevraagd om u een brief te schrijven over literatuur. Maar ik heb een levensmotto dat ik nog nooit tegen iemand heb verteld: “Als je geroepen wordt, moet je komen.” Als je moeder (of vader) je roept voor het eten, moet je komen. Als de literatuur je roept om een brief te schrijven aan Minister Van der Wal, moet je komen. Er zijn taken op deze aarde, grote en kleine, die op dit moment alleen door jou gedaan kunnen worden. Kom je niet, dan is een kans om de wereld te verbeteren voorbij.

U werd geroepen om het stikstofprobleem op te lossen, en u kwam. Het is duidelijk dat u niet bang aangelegd bent. Als er boeren van twee meter breed voor uw deur staan, gaat u er op blote voeten op af. Dat zie ik uw collega Henk Staghouwer, die als Gronings gedeputeerde de aardbevingsslachtoffers verraadde met een stiekem briefje aan Stef Blok, nog niet doen. Wat vond u van die potsierlijke zakdoek om zijn pols, laatst in het parlement? Daarmee hoopt hij kennelijk de tractoren van zijn stoepje te houden. Een beetje meer waardigheid mag wel op zo’n leeftijd, vindt u niet?

Iemand als de schrijver Willem Frederik Hermans, die er hobby aan had om al zijn collega’s met mierenneukerij de grond in te schrijven (de lezers smulden ervan), zou hebben gezegd dat u een ministerpost bekleedt die eigenlijk niet bestaat. Inderdaad, er is een nieuwe ministerpost gecreëerd, maar alleen omdat de mannen van dit kabinet te laf waren om zelf de augiasstal uit te mesten. Eerlijk gezegd: u zou de Minister van LNV moeten zijn, inclusief Stikstof en Natuur, en Staghouwer hoogstens onderdirecteur op het departement Bakkerszaken.

 U heeft nu de eer om 60 jaar stikstofoverschot weg te werken en de zesde massa-extinctie een halt toe te roepen. Dat is een probleem waar de complete agrochemische industrie, de Rabobank en de supermarktconglomeraten decennialang keihard hebben gewerkt, in afbrekende zin, maar het ging pas goed mis toen Mark Rutte in 2010 aan de macht kwam. Heeft u weleens gewelddadige dromen over Henk Bleker? U lijkt me daar te menslievend voor, maar ik heb er slecht van geslapen dat die menselijke giertank laatst in het journaal zijn sproeier weer mocht opendraaien.

Foto: Keke Keukelaar
Foto: Martijn Beekman

Als Hercules neemt u het op tegen iedereen: LTO, de blokkeerboeren, de wappies in het parlement, de agrochemische lobby, de boerenleenbank, 51% van de VVD-leden, de provincies Friesland, Overijssel en Gelderland, de politie die de boeren geen strobreed in de weg legt. Allemaal lafbekken. U bent de enige echte vent in dit kabinet. Of misschien moet ik dat eens omdraaien, in de geest van Wormmaan, het boek dat ik u ga aanraden: u bent de enige echte vrouw in dit kabinet.

Daarbij komt het van pas dat u tot voor kort vrijwel niets wist van landbouw, natuur of stikstof. U komt niet uit een boerengezin, u heeft geen wetenschappelijke studie gedaan, u heeft nooit interesse in ecologie getoond. U vertelde, ik meen in de Stentor, dat u zich in uw vrije tijd ontspant door te wandelen met de hond en met bladblazen. Dat doet mij vermoeden dat u gewend bent de natuur functioneel te bekijken. Gelukkig heeft u als geboren schorpioen ook een mystieke kant, die u verborgen houdt, en de muze kan u in vervoering brengen. U draagt uw eigen God in het hart. U kunt de wereld buigen naar uw Wil. Maar wat er allemaal schuilgaat in de bodem en in het hart van boeren, daarvan wist u tot voor kort vrijwel niets.

Hierbij kan de literatuur u te hulp komen.

Het boek Wormmaan van Mariken Heitman, waarmee ze dit jaar de Libris Literatuurprijs won, toont de wortels van landbouw, die diep in de bodem en de tijd reiken. Dit boek lezen is als schatgraven in een rijke ader – je moet een paar ton moedergesteente verzetten, maar dan vind je ook kilo’s diamanten. Heitman neemt ons mee de ondergrond in. Stapt u met mij in de Terranef? – u weet misschien nog wat dat is.

Wormmaan is een weefwerk van verhalen. Er zijn twee hoofdlijnen: een daarvan is het ontstaan van de landbouw, vanaf het prille begin in de Levant, negenduizend jaar geleden. De hoofdpersoon van dat verhaal is een jonge vrouw, Ra, die de eerste erwtenplanten veredelt tot voedselgewas. Ze is een uitvindster, een grondlegger van latere welvaart en beschaving. Inmiddels weet u wel dat erwten en bonen behoren tot de vlinderbloemigen, die broodnodige stikstof in de grond brengen – gewoon uit de lucht, op zonne-energie. Ra veredelt de erwt en legt daarmee de basis voor duizenden jaren succesvolle landbouw zonder kunstmest of fossiele brandstof. Er is stikstof en stikstof, wou ik maar zeggen.

Het tweede verhaal speelt in deze tijd. Elke, de hoofdpersoon van dat verhaal, is een vrouw die sprekend op Ra lijkt; zij houdt zich al zeven jaar bezig met het veredelen van een nieuw soort pompoen. Beide vrouwen zitten in de knoop met hun vrouw-zijn, en dan vooral met hoe de wereld ernaar kijkt. Dat is het tweede grote thema van het boek: geslachtelijke identiteit en rollenpatronen.

Ik laat dat tweede thema even voor wat het is, want ik ben een witte heteroseksuele hoogopgeleide cis-man van middelbare leeftijd – dat zijn echt veel te veel vinkjes. Waar het mij om gaat, is dat landbouwverhaal. Mariken Heitman, die zelf biologie aan de universiteit en landbouw aan de Warmonderhof studeerde, laat haar hoofdpersoon Elke veel nadenken over wat landbouw nu precies betekent:

“Hij [de landbouw] bestaat uit een bijzonder destructieve vorm van hulp [aan de gewassen]. Het grootschalig doden van bijvoorbeeld luizen staat nooit op zichzelf. Het ontregelt de hele voedselketen. Gaasvliegen, lieveheersbeestjes en oorwurmen die luizen eten, sterven van de honger of trekken weg, evenals spinnen, vleermuizen en vogels die luizeneters eten. En dat is dan nog maar het begin. Precies zo verziekt kunstmest het elegante en complexe samenspel in de aarde tussen chemische verbindingen en organismen, levende en dode, maar ook van hen daarboven. De groene revolutie maakte van de aarde een levenloos substraat. Generaties boeren en wetenschappers zijn hierin gaan geloven.”

Op allerlei manieren wijst Heitman erop dat de natuur geraffineerder in elkaar zit dan mensen ooit kunnen begrijpen. “De natuur is oneindig complex, herprogrammeert zichzelf doorlopend. We hebben haar niet ontcijferd, we doen hoogstens alsof.”

U heeft geen last van dergelijke pretenties, denk ik. U heeft vast weleens gehoord dat er in een handje aarde ongeveer evenveel micro-organismen zitten als er mensen op de planeet zijn. Als je in aanmerking neemt hoe complex de relaties tussen twee mensen zijn (“het is ingewikkeld”, aldus Facebook) kunt u zich voorstellen hoe verweven de relaties tussen de miljarden schimmels, bacteriën, aaltjes en virussen in een handje aarde zijn.

Terwijl ik aan deze brief werkte, overleed de Britse uitvinder en schrijver James Lovelock op 100-jarige leeftijd. Lovelock publiceerde in 1979 het grensverleggende boek Gaia, dat voor het eerst uitlegde hoe de aarde functioneert als een levend organisme dat zichzelf in stand houdt: de atmosfeer, de oceanen, de bodems zijn door het leven op aarde gevormd, en garanderen wederzijds elkaars bestaan.

Wormmaan past dat idee van wederzijdse beïnvloeding en afhankelijkheid toe op de landbouw:

“Wij vormden de planten en de planten vormden ons. Het waren de granen die we op grote schaal gingen eten, die ons huizen lieten bouwen, die ons lieten zwoegen, die ons dwongen tot een boerenbestaan, iets wat verregaand onze cultuur bepaalde. We bouwden reserves en dorpen, braken onze ruggen, verdeelden arbeid, stapelden steeds sneller kennis en techniek terwijl we ons op de achtergrond steeds afhankelijker maakten van slechts een handjevol planten. Het is het graan, wereldwijd inmiddels, dat ons dwingt zijn nakomelingen uit te zaaien. We kunnen niet meer terug naar een wereld zonder.”

Leuk gezichtspunt, vindt u niet, dat mensen in dienst staan van het graan, in plaats van andersom? Net zoals katten mensen hebben, in plaats van andersom.

Probleem is dat boeren tegenwoordig niet alleen in dienst van hun graan staan, maar ook van de kunstmestindustrie, de pesticidenindustrie, de zadenindustrie; ze zijn gedomesticeerd door bankiers, erfbetreders en supermarktinkooporganisaties. Ik hoorde het u zelf zeggen: “De boer zit klem tussen leveranciers en afnemers.”

En vergeet de overheid niet. Ik zag een diepbedroefde jonge boer op tv, vierde generatie boer, die drie jaar geleden gigantisch veel geld in een emissiearme vloer had gestoken. “En dat is nu weer niet goed.” Wie hebben daar belang bij: de bank. De erfbetreders.

En zo zijn de blokkeerboeren in de wereld gekomen. Ze zijn gecreëerd door het CDA, samen met uw partij de VVD, in ettelijke naoorlogse kabinetten, vaak met steun van de socialisten, want socialisten houden meer van fabrieken dan van boerderijen. Sinds 1950 is alle traditie, schoonheid en romantiek vakkundig uit de landbouw gesloopt en zijn de boeren gehersenspoeld om op te schalen, te specialiseren, kosten te snijden en kilo’s te maximaliseren; dat ging ten koste van smaak, van voedingswaarde, van het bodemleven, van gemeenschapsgevoel, van het cultuurlandschap, en van zingeving. Wat heeft de gangbare boer nu nog over, behalve stikstof?

Leuk gezichtspunt, vindt u niet, dat mensen in dienst staan van het graan, in plaats van andersom? Net zoals katten mensen hebben, in plaats van andersom.

“De omgeving van de mens / is de medemens”, hoorde ik u Jules Deelder, een van mijn favoriete dichters, citeren. De verzakelijking in de landbouw nam ook dat weg. Het aantal boeren dat zich ophangt aan de hanenbalken of het jachtgeweer omdraait, is zorgwekkend toegenomen, las ik.

Sinds 1950 is 87% van de boeren verdwenen. In Wormmaan stelt hoofdpersoon Elke zich op zeker moment de vraag “Is er plaats voor mij?” omdat ze niet goed in het traditionele kader man/vrouw past. Ik hoorde het een boer op tv letterlijk zeggen: “Is er plaats voor mij?” Het is een wat andere situatie, maar het is ook een existentiële vraag. We zorgen toch voor het eten? We zorgen toch voor een handelsoverschot? In de hongerwinter hebben we half Nederland toch gered van de hongerdood? Waarom houden ze niet van ons?

Juist de boeren die altijd braaf naar de wenken van LTO, de WUR, de bank en de overheid hebben geluisterd, zitten nu klem. Altijd je best doen, en dan alsnog gestraft worden. Op die manier kun je elke hond vals maken. De stoute, romantische boeren, die maling hadden aan LTO, die compost strooiden in plaats van kunstmest, die irrationeel en emotioneel een schaduwboompje op het weiland lieten staan, die tegen de stroom in kozen voor diversiteit of kleinschaligheid krijgen nu massaal gelijk. Jarenlang werden de biologische boeren in het kinderachtige hoekje geplaatst. Jarenlang was het verhaal dat “bio aan alle kanten wordt ingehaald door gangbaar”. In het stikstofadvies van de commissie-Remkes (2020) werd de woordcombinatie “biologische landbouw” nog zorgvuldig vermeden. En toen kondigde de Europese Commissie ineens aan dat ze 25% biologisch in 2030 nastreeft. BOEM!

Biologisch boeren begrijpen iets: de oerbronnen van ons bestaan zitten in de grond, en die leeft. In de Bijbel wordt de mens geschapen uit een handje aarde, daar zit verborgen wijsheid in. Als we de aarde misbruiken, doen we onszelf geweld aan.

 Mariken Heitman laat het haar hoofpersoon Elke mooi verwoorden: “Ik mis de aarde. Als mijten darren we rond, wriemelen we in haar huid, stoppen ongevraagd kabels, tunnels, doden, afval, zaden, landbouwgif en kunstmest in haar. We denken haar te bezitten en eigenen ons haar toe, chippen haar als een kat, zij is onze vuilnisbelt, een gebruiksvoorwerp. (...) Als wij haar al zien, kijken we niet verder dan haar korst. Die dekken we met asfalt af.”

In de Bijbel wordt de mens geschapen uit een handje aarde, daar zit verborgen wijsheid in. Als we de aarde misbruiken, doen we onszelf geweld aan.

Heeft u wel eens van de ondernemer Douglas Tompkins gehoord? Deze steenrijke oprichter van The North Face en Esprit verkocht op zijn 46e al zijn bedrijven en richtte zich de rest van zijn leven op natuurbescherming en landbouw. Hij kocht gigantische stukken grond in Zuid-Amerika en creëerde daar wonderschone landgoederen en natuurgebieden. Tompkins had een verrassende visie op landbouw en natuurbeheer: het creëren van schoonheid stond voor hem centraal. Hij was ervan overtuigd dat een gezonde bodem, schoon water, herstel van flora en fauna altijd de schoonheid terugbrengt in het landschap. Als het niet mooi is, is het ook niet goed. “If anything can save the world, I'd put my money on beauty.” Ik heb er sindsdien op gelet, en het klopt.

Als je ook maar een beetje schoonheid zoekt in de landbouw, ga je geen zeugen op roosters leggen, geen kalveren in hokjes vetmesten, geen eindeloze monoculturen van maïs telen. Dan kom je al heel snel uit op ecologie, op diversiteit, op lokale verbindingen. Een boer hoeft geen technocraat te zijn; hij kan een schepper zijn, een brenger van gezondheid, een bondgenoot van de natuur, een verbinder van mensen, een held van het cultuurlandschap, een alchemist die mest verandert in goud.

Gaandeweg het verhaal graaft hoofdpersoon Elke steeds dieper, tot ze zich letterlijk in de kruipruimte van een huisje op een Waddeneiland bevindt, op zoek naar vergeten waarheden over haar jeugd. In de donkere kruipruimte ziet Elke de mysteriën van de aarde zich ontvouwen: een kapel van boomwortels, schimmelnetwerken die licht geven, en kluwens regenwormen die massaal omhoog migreren, op weg naar het licht van de volle maan. Dat zijn geen verzinsels: schimmels kunnen echt licht geven en tijdens de volle maan in maart komen de regenwormen elk jaar massaal uit de grond omhoog; daarom wordt die maan traditioneel ‘Wormmaan’ genoemd.

Als je ook maar een beetje schoonheid zoekt in de landbouw, ga je geen zeugen op roosters leggen, geen kalveren in hokjes vetmesten, geen eindeloze monoculturen van maïs telen.

Schoonheid en mystiek, daar draait het om, die leiden Elke en Ra naar hun bestemming. De regenwormen krijgen in het boek een rol als katalysator van de persoonlijke ontwikkeling. Goethe liet in zijn Faust een poedel in de duivel Mefisto veranderen, Mariken Heitman laat de regenwormen als hermafrodiete engelen in rijmtaal spreken. De wormen hebben weinig begrip voor haar menselijke problemen, ze volgen hun eigen mysterieuze weg naar het licht. De mens moet het zelf maar oplossen.

Aan het eind van het boek vat Elke nog eens krachtig samen wat er allemaal mis is met de moderne landbouw, en neemt een besluit: ze gaat erwtenplanten “verwilderen”. Ze gaat de landbouw ongedaan maken. Ze wordt de laatste boer – bij wijze van spreken dan.

Hier moeten de literatuur en de werkelijkheid scheiden, want voor u en de wereld lijkt me dat geen praktische aanpak. U heeft een moeilijkere missie, namelijk een missie in de echte wereld. “Ik wil niet tot de generatie horen die de natuur definitief verkwanselt,” zei u. Zo ver is het dus gekomen. Gelukkig weet u af te bakenen. De kern van het stikstofprobleem, vertelde u, zit in de grote industriële veehouderij bij Natura 2000 gebieden. Daar gaat echt iets veranderen. “De route van de valse hoop is dicht.” Bravo!

Ik wens u kracht, overtuiging en uithoudingsvermogen toe. De literatuur staat aan uw zijde. Van Rutte weet ik het niet. En de schepping? “Die hangt aan elkaar van lyriek.”

 

Hoogachtend,

Alexis de Roode

 

PS: Wat innovatie betreft, ik zag dat u onlangs het gesteentemeel heeft ontdekt. Daarmee stuit u op een schat die zelfs Wormmaan niet heeft bovengehaald: de geologie van de grond, die onder de ecologie verborgen ligt. Logisch en totaal onderbelicht. Stuur uw ambtenaren eens af op de geochemicus Huig Bergsma, die hier alles van weet. Gesteentemeel kan natuur en landbouw redden.

Alexis de Roode

Sinds zijn debuut volgt Alexis de Roode een thematisch plan. Na de liefde (Geef mij een wonder), het landschap (Stad en land) en de tijd (Gratis tijd voor iedereen) richt hij zich in zijn vierde bundel, tegen beter weten in, op het thema goed en kwaad. Hij treedt in dienst van het goede en steekt zijn armen tot aan de oksels in de wereld. Dit mondt uit in een reeks sardonische kantoorgedichten, waarin veel lezers zich tot op zekere hoogte zullen herkennen. Ook heeft De Roode oog voor de wereld om zich heen: zo dicht hij over Poetin en de aanslagen in Parijs.

Over Een steen open vouwen

Wormmaan

Wormmaan gaat over Elke die na tegenslag op haar werk met een vergeten erwtenras naar een Waddeneiland vertrekt. Ze wil de erwt, een tweeslachtig ras dat zich nauwelijks heeft laten sturen, terugbrengen naar zijn wilde kern. Elke realiseert zich dat zij gewassen vormt zoals de maatschappij háár probeert te vormen. Wie of wat blijft er over als je alles afpelt dat door anderen aan je werd opgedrongen? Parallel aan Elkes zoektocht verhalen onze voorouders over Ra, eenling op drift, die aansluiting zoekt bij wat later de eerste boeren zullen blijken. Ra, net als Elke in het heden, lijkt nergens bij te passen. Moet deze mens veranderen of de groep – of misschien hun gezamenlijke wereldbeeld? Langzaam wordt duidelijk hoe de mens altijd op zoek is naar oorsprong, identiteit en betekenis. Met Wormmaan won Mariken Heitman de Libris Literatuur Prijs 2022

Over Wormmaan

Over Christianne van der Wal-Zeggelink

Christianne van der Wal-Zeggelink (VVD) studeerde facility management en behaalde een didactische graad, maar werkte daarna vooral in het projectmanagement. In 2010 trad ze toe tot de gemeenteraad van Hardewijk, en werd daar later wethouder voor o.a. economische zaken, sociale zaken en duurzaamheid. In kabinet-Rutte IV is Christianne van der Wal-Zeggelink minister voor Natuur en Stikstof.

Meer informatie

JosWillem

ongeremde nauwelijks gerichte veellezer

Rapporteer

Wat een schitterende brief! Ik heb 'm ademloos gelezen. Ben vol bewondering. Hoe zeker is het dat de minister de brief ook echt krijgt?

3 maanden geleden