Brief aan de minister: Ester Naomi Perquin schrijft Franc Weerwind (Rechtsbescherming)

Twintig schrijvers vormen een 'literair schaduwkabinet'. Ze schrijven elk een brief aan een minister uit het kabinet-Rutte IV, met daarin een leesadvies. Geen non-fictie; geen zelfhulpboeken of op feiten gestoelde analyses van maatschappelijke onderwerpen, maar fictie, romans, gedichten en verhalen die je in het hoofd van iemand anders verplaatsen. En dat is essentieel voor bewindslieden die aan het hoofd staan van een democratie. Vandaag aflevering 2: voormalig Dichter des Vaderlands Ester Naomi Perquin heeft een leestip voor Franc Weerwind, minister van Rechtsbescherming. Heb je zelf ook een goede romantip voor Weerwind, laat die dan hieronder achter in de comments.

Tags

Politiek Ongelijkheid Racisme
Ester Naomi Perquin (foto: Tessa Posthuma de Boer) en Franc Weerwind (foto: Martijn Beekman)

ILFU zoekt 1000 lezers die de fictie steunen

Vertel me meer

Rotterdam, mei 2022

Waarde excellentie, beste meneer Weerwind,

Eén van de ergerlijkste trekjes van de menselijke soort, (al is het aanbod tamelijk ruimhartig te noemen en lastig te rangschikken), is het bieden van ongevraagd advies aan iemand van wie men nauwelijks enige notie heeft genomen. Een hardnekkig verschijnsel, dat vooralsnog onuitroeibaar lijkt; u zult er zelf ongetwijfeld ook de nodige ervaring mee hebben. Elk advies zou voorafgegaan moeten worden door een lange reeks oprechte vragen, voortkomend uit een besef zeer weinig van iets of iemand te weten, zich geen voorstelling te kunnen maken van iemands af- of toekomst, van iemands bedrading, onmogelijkheden en geheime kamers – waarna het advies passender of waardevoller kan worden, dan wel in zijn geheel kan worden ingeslikt.

Steeds vaker denk ik dat de mens bestaat uit gelijke delen goede bedoelingen en intense gemakzucht, die elkaar zowel faciliteren als bestrijden. Het in ontvangst moeten nemen van een advies dat feitelijk een zelffelicitatie betreft, dat geen recht doet aan wie je bent, maar vooral dient om de adviseur in kwestie een gevoel van intelligentie, compassie of superioriteit te bezorgen – en waarvoor je dan ook nog, als het tegenzit, je meest dankbare gezicht tevoorschijn moet halen - is daar een gevolg van. U herinnert zich vast het schilderij van Armando, dat in uw voormalige werkkamer in Almere hing. Dat groots opgezette, wat hoekige contrast tussen het zwart en het wit, de manier waarop die twee sferen elkaar leken tegen te spreken en bevestigen tegelijk – zoiets is het, wat ik bedoel. (Ik hoop wel dat u het heeft meegekregen toen u vertrok. Het leek bij u te passen.)

Fictie is een vorm van tijdsvermeerdering; je bevindt je tijdens het lezen immers niet in je eigen hoofd, maar in dat van een ander. Een goed boek is een vermenigvuldiging van ons bestaan.

Dat alles gezegd hebbende, meneer Weerwind, zou ik u op basis van mijn zeer gebrekkige kennis van uw persoon graag een boek aanraden: Confrontaties, geschreven door Simone Atangana Bekono. Een roman die niet alleen nauw aansluit bij uw werkterrein, maar ook, laat ik dat direct benoemen, geschikt is voor mensen met weinig tijd. Voorzichtigheidshalve ga ik er namelijk vanuit dat u tot de grote groep politici behoort die zegt graag meer te willen lezen, maar daar nooit aan toe komt. (‘Ik hou van kunst,’ zei u ooit. ‘Kunst kan zoveel betekenen. Mensen bij elkaar brengen, andere inzichten geven.’ Ik geloof dat u dat meende, maar ondertussen worden uw dagen natuurlijk tot de nok toe gevuld met telefoongesprekken, locatiebezoeken, vergaderingen en, zo stel ik me voor, tamelijk matige koffie uit een automaat op de gang.)

Terwijl met lezen, als u mij nog een twijfelachtig maar welgemeend argument wilt vergeven, de tijd natuurlijk niet slinkt maar juist toeneemt. Een roman is in staat de lezer van meerdere levens te voorzien, een blik te gunnen op een bestaan, land of situatie waar men anders nooit bij in de buurt zou zijn gekomen, (wegens gevaar, wegens de onmogelijkheid door de eeuwen te reizen of wegens andere, meer praktische bezwaren). Fictie is naar mijn mening niet veel anders dan een selectie uit de vele werkelijkheden die wij niet kunnen waarnemen – omdat het er te veel zijn, omdat we ons niet zo energiek in bochten kunnen blijven wringen, omdat onze tijd op aarde beperkt is en omdat wij moe raken. Moe van de noodzaak ons te verplaatsen, dingen van de andere kant te bekijken, voor- en tegenargumenten af te wegen, onszelf te beheersen, dingen uit te leggen. Moe van het vormen van meningen en het weer bijstellen daarvan. (Moe, in mijn geval, van de gedachte dat zelfs die moeheid een voorrecht is. Iets dat ik me kan permitteren, een luxeproduct dat mij kosteloos bij mijn geboorte is verstrekt). Fictie kan een aanvulling zijn op onze beperkte blik, een verruiming van onze denkruimte, een verlenging van onze tijd en mogelijkheden, een manier om complexe problemen, generatielange conflicten en onvoorstelbare intimiteit beschikbaar te stellen met het simpelweg openslaan van een boek. Fictie is een vorm van tijdsvermeerdering; je bevindt je tijdens het lezen immers niet in je eigen hoofd, maar in dat van een ander. Een goed boek is een vermenigvuldiging van ons bestaan.

Franc Weerwind (foto: Martijn Beekman)
Ester Naomi Perquin (foto: Tessa Posthuma de Boer)

Op de hoogte blijven van alle brieven aan ministers?

Confrontaties laat ons een gedeelte uit één leven zien – het leven van de zestienjarige Salomé Atabong - maar het biedt misschien wel meer relevante informatie dan een lijvig rapport over kansengelijkheid, probleemjongeren of jeugdinrichtingen. Ik durf dat zo te zeggen, meneer Weerwind, omdat ik zelf, na tien jaar ambtenaar te zijn geweest in dienst van Justitie, heel goed weet wat rapporten zijn. Hoe ze tot stand komen, welke toon ze aanslaan, wat ze behelzen. En hoe ze, in al hun grondigheid, binnen de bedding blijven die we zelf hebben bedacht: er klinkt geen menselijke stem uit op, maar feiten, cijfers en metingen. Natuurlijk zal ik niet beweren dat die informatie niet ter zake doet – want die kan uiterst relevant en nuttig zijn – maar ik geloof oprecht dat enige aanvulling daarop, zo nu en dan óók noodzakelijk is. Een aanvulling waarin de menselijke stem wél klinkt, waarin cijfers weer tot levens worden omgevormd, waardoor droge feiten weer volwaardige verhalen worden.

Confrontaties is niet alleen het verhaal van Salomé – maar ook het verhaal van familiebanden, culturele bagage, machtsverdelingen en de schoonheid van woede. Het biedt de lezer, (zelfs als die het op een willekeurige pagina openslaat, omdat hij er inderhaast of alleen maar uit beleefdheid doorheen bladert), direct toegang tot iets wat voor de meesten van ons verborgen blijft: de gedachten van een begaafd maar getroebleerd meisje, de conversaties tussen jeugdige delinquenten die staan te roken op een grauwe binnenplaats, een kale cel in een inrichting, de spreekkamer van een therapeut. Atangana Bekono brengt met Confrontaties ogenschijnlijk moeiteloos in kaart waar obstakels opdoemen, hoe het systeem werkt wanneer je erin zit, wat er knelt en wat er nodig is. En wel zodanig dat je als lezer de woede voelt, de afkeer, de verlangens, de dadendrang; omdat je al lezende gelóóft wat hier gebeurt. U gelooft dat alles ongetwijfeld eerder dan ik, meneer Weerwind. Niet alleen omdat u beroepsmatig verstand heeft van weerbarstige structuren, maar ook omdat u, hoe hoog u ook klom op de maatschappelijke ladder, wat u ook te bieden had, met regelmaat herinnerd bent aan de kleur van uw huid. Soms omfloerst, onuitgesproken, soms recht in uw gezicht. Door de ouders van een vriendje waar u thuiskwam (u omschreef ze in een interview als ‘keurige mensen, hoogopgeleid, met een piano in huis’), door wildvreemden, door mensen waar u vertrouwen in had. Toen u aan het Atheneum begon werd tegen uw ouders gezegd: "Als uw kind een diploma haalt, dan is dat het eerste zwarte kind dat hier een diploma haalt."

Salomé, sterk, slim, leeslustig, heeft van huis uit meekregen hard te werken en niet te zeuren. Dus werkt ze hard, dus zeurt ze niet. Het kan haar niet behoeden. ‘Als ik in het afgelopen jaar iets heb geleerd,’ noteert ze in haar cel, ‘zowel op school als thuis, dan is het wel dat dingen gewoon gebeuren en slimme mensen net zo dom kunnen doen als domme mensen. Dat hard werken en niet zeuren niet genoeg is. Je wordt er niet onzichtbaar van. Je blijft alsnog een doelwit.’  Door dit boek te lezen maakt de lezer kennis met alle mensen die in Salomé, (en haar familieleden, begeleiders, psychologen, klasgenoten en medegedetineerden) verenigd zijn. Stelt u zich toch eens voor dat u met al die mensen óók nog eens gesprekken moest voeren over recht en onrecht, stelt u zich eens voor dat u met al die mensen matige koffie uit de automaat moet drinken. We boffen maar dat er boeken zijn. Een efficiëntere wijze om de mensheid te ontmoeten is nauwelijks denkbaar.

Wat ons tot actie drijft, meneer Weerwind, is natuurlijk nooit een lijst met cijfers, ook dat weet u beter dan ik – het is misschien de eerste les die politici leren. Wat ons tot actie drijft is de manier waarop het verhaal achter die cijfers verteld wordt. De manier waarop die cijfers gedaanten aannemen, ons troosten of angst aanjagen, de manier waarop ze ons doen denken aan onze eigen kinderen, geliefden of buren. De manier waarop het onvoorstelbare, buitenissige of groteske ten tonele wordt gevoerd – pijnlijk realistisch, dat wil zeggen: met de grootste, meest terloopse vanzelfsprekendheid. Ons leven staat niet ver van de fictie af – steeds minder ver, zou je zelfs kunnen beweren – ons leven is er onderdeel van. De verhalen die wij onszelf vertellen over onszelf, over de ander, over onze jeugd, onze vaders en oma’s – wat zijn die anders dan fictie, dan een eenpersoonswerkelijkheid? Op een dag belt er een deurwaarder aan. Op een dag bedreigt iemand je kinderen omdat ze te veel lawaai maken. Op een dag knapt er iets en druk je het gaspedaal te diep in. Op een dag stapt een psychiatrisch patiënt met een vuurwapen de metro in. Op een dag belt de politie omdat je dochter op het bureau zit: ze heeft besloten om de zoveelste belaging door klasgenoten af te straffen. En dat heeft ze vurig en grondig gedaan.

'Het is eigenlijk een heel saai verhaal. Heb je weleens een vechtscène uit een film proberen uit te leggen? Die Hard with a Vengeance zonder oneliners en met het geluid uit. Dan praat je alleen maar over vliegende lijven in een loods en lamme armen, geweren zonder knal. (…) Je moet bij elke slag een stap naar voren doen. Alsof je dóór je vijand heen slaat. Het zijn een mond en een vuist en ze zoenen. Het is heerlijk.'

Ik hoop van harte dat u de tijd vindt om Confrontaties te lezen. Dat u het boek zult bewaren om zo nu en dan eens open te slaan. Ik hoop zelfs dat u de hoofdpersoon een kleine bijrol zult gunnen in uw denken en handelen. Misschien zult u, de volgende keer dat u een jeugdinrichting bezoekt of een dossier leest, zelfs even denken aan Salomé Atabong. Aan haar voorgeschiedenis, de route die ze heeft afgelegd, aan wat ze las, overdacht, bijeenraapte, probeerde af te schudden. Het is niet ondenkbaar, meneer Weerwind, dat u haar blik terugziet in de blikken van jongeren die u tegenkomt. Dat u flarden van haar verhaal, delen van haar taalgebruik en houding zult herkennen. In de jaren dat ik bij Justitie werkzaam was heb ik heel wat vuisten gezien. En heel wat begaafde, getalenteerde, beloftevolle jongeren. Kwaadaardigheid, is mij opgevallen, wordt altijd overschat. We hoeven niet bang te zijn voor slechte mensen. We moeten bang zijn voor mensen die binnen een slecht systeem hun uiterste best doen.

Hoogachtend,

Ester Naomi Perquin

 

P.S.

Natuurlijk weet ik best dat Salomé Atabong niet bestaat. Dat ze door Simone Atangana Bekono is bedacht en dat ze, als het er op aankomt, gewoon tussen twee kaften past – ze is gemakkelijk in een kast te schuiven, zwijgend en uit het zicht. Maar ik weet ook dat ze van haar gympen tot haar kruin uit werkelijkheid is opgetrokken. En dat ze, als een lezer haar in de gelegenheid stelt, iets belangwekkends te vertellen heeft.

Ongewoon krachtig

'Confrontaties' is het romandebuut van Simone Atangana Bekono, waarmee ze vorig jaar direct op de shortlist van de Libris Literatuurprijs belandde. "Een zowel thematisch als stilistisch sterke vertelling, rijk aan registers, vol van verwijzingen, in alle aspecten ongewoon krachtig -en dat voor een romandebuut," schreef de jury.

Lees meer

Ester Naomi Perquin

Jarenlang was Ester Naomi Perquin gevangenisbewaarder. Die ervaring leidde in 2012 tot de poëziebundel 'Celinspecties' die werd bekroond met de VSB Poëzieprijs. In 2016 verscheen een verzamelbundel van haar poëzie, 'Jij bent de verkeerde', in 2017 gevolgd door de bundel 'Meervoudig afwezig'. In 2017-2018 was Perquin de Dichter des Vaderlands.

Lees meer

Franc Weerwind

Minister voor Rechtsbescherming in het kabinet-Rutte IV. Daarvoor was hij onder meer burgemeester van Niedorp, Velsen en Almere. Hij is lid van D66. Zijn kat Nina is vernoemd naar Nina Simone.

Lees meer