Brief aan de minister: Aafke Romeijn heeft leesadvies voor minister Conny Helder van langdurige zorg en sport

Twintig schrijvers vormen een 'literair schaduwkabinet'. Ze schrijven elk een brief aan een minister uit het kabinet-Rutte IV, met daarin een leesadvies. Geen non-fictie, geen zelfhulpboeken of op feiten gestoelde analyses van maatschappelijke onderwerpen, maar fictie, romans, gedichten en verhalen die je in het hoofd van iemand anders verplaatsen. En dat is essentieel voor bewindslieden die aan het hoofd staan van een democratie. Vandaag aflevering 7: auteur en muzikant Aafke Romeijn heeft een leestip voor Conny Helder, minister voor Langdurige Zorg en Sport. Heb je zelf ook een goede romantip voor Helder, laat die dan hieronder achter in de comments.

Tags

Psychische gezondheid Politiek Actualiteit
Foto Aafke Romeijn: Marcel Krijgsman, foto Conny Helder: Martijn Beekman

Al meer dan 1000 ILFU leden steunen de fictie. Jij ook?

Vertel me meer

Geachte mevrouw Helder, beste Conny,

 

U draagt een nieuwe, bijzondere, mooie en verschrikkelijk belangrijke portefeuille binnen het kabinet-Rutte IV: die van de langdurige zorg. Al moet ik meteen eerlijk zeggen dat ik van Rutte tot dusver een niet al te hoge pet op heb gehad, ik vind het een ontzettend verstandige keuze om niet één minister te verpletteren onder het almaar uitdijende zorgdossier, maar om de last te spreiden. En ik ken u niet, maar het is mijn gewoonte mensen bij een eerste kennismaking altijd het voordeel van de twijfel te geven, dus ik ga ervan uit dat u langdurige zorg van levensbelang vindt, net zoals ik, die van die langdurige zorg afhankelijk ben.

 

Het zou me een groot plezier doen een paar minuten van uw tijd te mogen gebruiken om u kennis te laten maken (ervan uitgaande dat u dat nog niet heeft gedaan) met het oeuvre van de onlangs overleden schrijver Maarten Biesheuvel. Over het hoe en waarom komen we zo nog te spreken, eerst even over Biesheuvel zelf. Hij debuteerde in 1972 met de verhalenbundel In de bovenkooi, maar kreeg hernieuwde erkenning van een breed publiek toen hij optrad in De Wereld Draait Door, waar hij een hartverscheurende brief aan zijn vader voordroeg. Bijgestaan door zijn zorgzame vrouw Eva werd hij tijdens het voorlezen meegesleurd door zijn eigen emoties, en schrijver noch publiek hield het droog. In de brief vertelt hij zijn overleden vader hoe het nu met hem gaat, welke twijfels en zorgen aan hem vreten, en stelt hij zijn vader gerust: hij kon er niks aan doen dat zijn zoon zo’n ‘moeilijk geval’ was geworden. Want Biesheuvel was psychiatrisch patiënt, en dan niet eentje van het soort dat verzekeraars graag zien. Zo eentje waar je zes gesprekken met een therapeut tegenaan gooit, en die dan opgewekt en strijdvaardig voortgaan. Niets van dat alles. Biesheuvel had een bipolaire stoornis, maakte talloze psychoses door en evenzovele depressies. Hij werd vanaf zijn jonge jaren met regelmaat opgenomen in psychiatrische instellingen, maar genezen zou hij nooit. Dat zou ook gek zijn geweest, want van een psychiatrische stoornis genees je zelden tot nooit. Het is een kwetsbaarheid waar je in het beste geval mee leert leven. Biesheuvel kon zelfstandig blijven functioneren met dank aan zijn echtgenote Eva, die tevens mantelzorger was. Toen zij in 2018 overleed, duurde het dan ook niet lang voordat Biesheuvel haar volgde. Samen bewoonden ze decennialang een klein houten huisje middenin Leiden, Sunny Home genaamd. Slechts heel af en toe lieten ze iemand toe in hun veilige haven, waar Maarten ondanks de demonen die hem kwelden, bleef leven en schrijven. Er bestaan een paar interviews die het echtpaar in hun huis gaven. Zoek maar eens op Youtube op; zeer aandoenlijk.

Foto Martijn Beekman
Foto Marcel Krijgsman

 

Maar waarom ik u eigenlijk schrijf, is omdat ik hoop dat u een verhaal van Biesheuvel zou willen lezen. Ik stel voor te beginnen bij het begin, bij In de bovenkooi, waarin hij met groot gevoel voor medemenselijkheid, geduld, relativeringsvermogen en humor de medebewoners van de afdeling in de kliniek waar hij verblijft portretteert. Biesheuvel schuwt de gekte niet en spreekt in alle openheid en kwetsbaarheid over zijn eigen psychoses, waarin hij zich aan anderen voorstelt als “De messias, Jezus, al 8000 jaar lang!” Biesheuvels verhalen zijn ontwapenend, grappig, en aandoenlijk: het zijn liefdevolle vertellingen van schrijnende levens. En met al evenveel ontzag spreekt hij over de zorgverleners in de klinieken waar hij verblijft, die het leven voor hem draaglijk proberen te maken.

Biesheuvels verhalen zijn ontwapenend, grappig, en aandoenlijk: het zijn liefdevolle vertellingen van schrijnende levens.

Ik weet zeker dat u de verhalen met plezier zult lezen, al was het maar vanwege de humor, het absurdisme en de lichtvoetigheid die eruit spreekt, of om de onmiskenbare literaire kwaliteit van het werk. Maar ik hoop dat er ook iets anders doorklinkt. Ik hoop dat Biesheuvels werk en persoon laten zien dat psychiatrische stoornissen niet zo eenvoudig te genezen zijn, en al helemaal niet binnen de door verzekeraars zo graag opgestelde kaders van een vast aantal consulten met een hulpverlener. De laatste decennia lijkt namelijk het idee ontstaan dat elke psychische kwetsbaarheid te kwantificeren is in een bedrag, alsof psychisch lijden een verkoudheid is waarvan je genezen bent zodra je het virus hebt verslagen. Maar zo werkt het niet. De geestelijke gezondheidszorg staat in veel opzichten nog in de kinderschoenen, en psychiaters bezitten enorme ervaringsdeskundigheid, maar, zoals mijn eerste psychiater (hij geniet sinds vorig jaar van zijn welverdiend pensioen) tijdens mijn eerste consult op mijn negentiende zei: “Over het algemeen modderen wij ook maar wat aan.” Er is nog oneindig veel onbekend over de werking van onze hersenen en onze gemoedstoestand, en bestaande medicatie bestaat toch vaak uit symptoombestrijding, niet uit genezing.

 

Maar zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Ikzelf lijd al sinds mijn kindertijd aan terugkerende ernstige depressies en ben al even lang in behandeling bij psychiaters en psychotherapeuten. Dat wil zeggen: het verzekeringssysteem probeert mij steeds weer buiten te schoppen wanneer het een langere periode goed met me gaat. Dan vinden ze dat ik “uitbehandeld” ben, want – zo simpel redeneert men – het gaat toch goed? Dit terwijl onderzoek, ervaring én mijn cv aantonen dat de kans op een nieuwe depressie binnen een aantal jaar in mijn geval vrijwel honderd procent is. En wanneer ik dan in een directe crisis kom, dien ik achteraan aan te sluiten in de wachtrij op hulpverlening. Het gevolg: mijn toestand escaleert, en er zijn drastische maatregelen nodig om mij in leven te houden. Maatregelen die waarschijnlijk vele malen duurder zijn dan een jaarlijks consult met een psychiater, waardoor ik officieel in behandeling blijf en mijn dossier niet gesloten wordt, en waardoor ik op tijd hulp kan vragen en krijgen.

Dan vinden ze dat ik “uitbehandeld” ben, want – zo simpel redeneert men – het gaat toch goed?

Nu verkeer ik in de geprivilegieerde positie dat ik niet op mijn mondje ben gevallen en ik heb na jaren trekken en sleuren in de reguliere GGZ nu mijn eigen plan getrokken. Ik betaal een vrijgevestigd psychiater uit mijn eigen portemonnee om in behandeling te kunnen blijven. Alleen al uit financieel oogpunt is dat voor mij aantrekkelijk: haar een paar keer per jaar betalen voor een gesprek is nog altijd goedkoper dan de maanden aan inkomsten die ik als zzp’er misloop wanneer ik zonder achtervang in een depressie beland.

 

Wat mij stoort aan de kortzichtige houding van politiek en verzekeraars, is dat wij, chronisch psychiatrisch patiënten, worden weggezet als onrendabel. Dat zijn we wellicht als het gaat om onze zorgvraag, die soms acuut, en altijd uitzichtloos is. Maar wij kunnen met hulp heel behoorlijk functioneren en bijdragen aan de maatschappij. Kijk naar Biesheuvel, wiens oeuvre er niet was geweest zonder zijn frequente verblijven in gesloten instellingen. Is zo’n oeuvre het niet waard iemand levenslang ondersteuning te bieden? Maar ook zonder een uitzonderlijk oeuvre zou je je moeten afvragen wat een draaglijk mensenleven waard is. Want wij zijn niet onrendabel. Wij kunnen kinderen grootbrengen, werk uitvoeren, meedraaien. Wij kunnen mooie dingen maken. Wij vragen slechts één ding: solidariteit. Veeg ons niet onder het tapijt. Sta ons bij. Erken onze hulpvraag. U bent met deze portefeuille in staat om het leven van een grote groep patiënten en hun naasten fundamenteel te verbeteren. Ik hoop dat u die kans aangrijpt.

 

Met vriendelijke groet,

 

Aafke Romeijn

Ga gewoon wat leuks doen

In Ga gewoon wat leuks doen vertelt Aafke Romeijn hoe een (leven met) depressie eruitziet, wat de oorzaken kunnen zijn en hoe je er weer vanaf kunt komen – en waarom dat eigenlijk nooit ‘gewoon iets leuks gaan doen’ is. Aafke schrijft openhartig over haar lange zoektocht naar de diagnose, de verschillende vormen van therapie, haar wisselende ervaringen met de ggz en (de bijwerkingen van) haar medicatiegebruik. Ook schuwt ze taboeonderwerpen als het effect van haar depressies op haar seksleven, zwangerschap en moederschap niet.

Lees meer

In de bovenkooi

In deze verhalenbundel verwelkomde J.M.A. Biesheuvel zijn lezers voor het eerst in zijn karakteristieke wereldje van whisky drinken en pijproken bij de haard, met een van de Russische klassieken opengeslagen op schoot en de liefdevolle zorg van Eva altijd voorhanden. Vanaf deze plek vertelt hij zijn onvergetelijke semi-autobiografische zeeverhalen en huiselijke anekdotes, veelal in het gezelschap van goede vrienden Karel van het Reve en Maarten ’t Hart.

Lees meer

Over Conny Helder

Conny Helder studeerde Scheikunde aan de Rijkuniversiteit Leiden, volgde een opleiding tot operatieassistent en studeerde politicologie (niet afgerond) aan de RU Leiden. Hierna werd ze onder andere Zorgmanager voor diverse divisies van het UMC, en was ze voorzitter van de raad van bestuur van Stichting Gezondheidscentra Eindhoven. Helder is nu minister voor Langdurige Zorg en Sport in kabinet-Rutte IV

Het profiel van minister Helder op Rijksoverheid.nl