Brief aan de minister: Thomas van Aalten heeft een romantip voor minister Dijkgraaf van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Twintig schrijvers vormen een 'literair schaduwkabinet'. Ze schrijven elk een brief aan een minister uit het kabinet-Rutte IV, met daarin een leesadvies. Geen non-fictie, geen zelfhulpboeken of op feiten gestoelde analyses van maatschappelijke onderwerpen, maar fictie, romans, gedichten en verhalen die je in het hoofd van iemand anders verplaatsen. En dat is essentieel voor bewindslieden die aan het hoofd staan van een democratie. Vandaag aflevering 8: auteur en journalist Thomas van Aalten heeft een leestip voor Robbert Dijkgraaf, minister van Onderwijs, Cultuur en Sport. Heb je zelf ook een goede romantip voor Dijkgraaf, laat die dan hieronder achter in de comments.

Tags

Politiek Cultuur

Al meer dan 1000 ILFU leden steunen de fictie. Jij ook?

Vertel me meer

Geachte heer Dijkgraaf,

Veel romantici heeft ons land niet, ijdeltuiten en betweters des te meer. Je kunt geen bladzijde opslaan, geen video bekijken of gesprek beluisteren of men zal ons eens de waarheid vertellen. Is het niet de ene waarheid, dan is het wel die andere.

Voor raadselen is in de 21ste eeuw weinig ruimte in dit land, het niet-weten is een zonde. Dubieuze volksmilities en barricaden en restricties zijn overal; het zijn harde tijden voor de libertijn. We dragen premies af om een zachte dood te sterven.

Ik zag eens op een muur geschreven: “Liever nog een eeuw en dan naar de kloten, dan duizenden jaren met zaden en noten”. Ik weet niet of ik het met de schrijver eens was, maar ik denk het wel. Dat is vast geen populaire opvatting omdat we nu eenmaal een aarde hebben door te geven, zoals dat heet. Goed, bedankt nog, opa Van Aalten (1921-1990).

Maar is het geen geruststellende gedachte dat de aarde op een dag werkelijk weer bezit van óns neemt, in plaats wij van haar? En is het geen geruststellende gedachte dat de we daar als mens helemaal niets aan kunnen doen? Immers, hoe minder zin het leven heeft, hoe beter we het kunnen leiden. De acceptatie van zinloosheid of misschien zelfs het prediken van zinloosheid op scholen, zou de mensheid goed doen. Alleen dan krijg je weer mensen die zeggen: waarvoor kom ik dan mijn bed uit?

Nee, inderdaad niet om in de file op de A2 te gaan staan, op weg naar een verzekeringskantoor. Zodra je nu eenmaal iets ‘zinloos nuttigs’ doet (schrijven, regisseren, musiceren, ontwerpen, theater maken), ben je in dit land op zijn best een gewilde quizkandidaat, maar een professioneel podium kun je vergeten.


Menno Wigman (1966 – 2018) schreef ooit het gedicht ‘Paniek’ (uit de bundel ’s Zomers stinken alle steden, 1997).

Ruk je los uit het bejaarde Noorden!
Wreek de fratsen van Calvijn!
Belaag de kusten van augustus
en bedrink je aan een zondoorbloede
beeldenstorm! O la fatigue du Nord!
Wie huist nog waar hij woont?

Wigman verwijst hier naar een dialoog in de roman Brideshead Revisited (1945) van Evelyn Waugh, waarin karakter Anthony Blanche het verlangen naar het zuiden van grijze en vermoeide noorderlingen duidt. Ik heb me altijd afgevraagd of hij hier nu toeristen beschimpt of dat dit Menno’s oproep aan ons, ingedutte Hollanders, is.

Geen van mijn schrijvende of dichtende collega’s geeft zijn volledige lijf en leden (nog) aan de kunst.  Ik ben een romanticus die zijn zwarte mantel elke ochtend ophangt aan de kapstok van de ambtenarij, omdat ik ’s avonds nu eenmaal liever olijven dan bolhyacinten eet.

Literatuur, of kunst in het algemeen, is steeds meer iets dat je erbij doet. Lezen is voor in het weekend. Dat heeft niet alleen te maken verdringing door het digitale, maar ook de status die onze literatuur in dit land heeft. Onze premier is een lezer (was Voskuil niet zijn favoriet?), maar hij laat zich liever filmen bij de Toppers. Hij is niet de enige; waar politici ook komen, er is altijd de knieval voor de ledigheid.

U lijkt me een verstandig mens. Het staat u vrij de aarde te redden, maar ik hoop ook dat u voor de schone kunsten pleit.

Zodra je nu eenmaal iets ‘zinloos nuttigs’ doet (schrijven, regisseren, musiceren, ontwerpen, theater maken), ben je in dit land op zijn best een gewilde quizkandidaat, maar een professioneel podium kun je vergeten.

Elke artistieke uiting wordt vroeg of laat geconfronteerd met commerciële exploitatie (‘er moet wel publiek voor zijn’) en in ons onderwijs wordt elk kind voorbereid op een werkend bestaan zonder raadselen. Geen uitgever zal straks nog iets anders dan sportbiografieën durven uitbrengen omdat al het andere niet verkoopt; geen theater zal nog experimenten aandurven omdat enkel nostalgie de kassa laat rinkelen; geen omroep zal een boekenprogramma zónder publieksparticipatie uitzenden omdat er anders geen hond naar kijkt. We zijn overgeleverd aan alles wat we al kennen. Vooruitgang is iets uit vervlogen tijden.

Ik leer mijn kinderen liever niet wat ik al weet. Ik zal ze nooit banier of trom overhandigen om mee te lopen in marsen. Liever ga ik met ze naar de zee om dan zinloos naar de einder te turen.

‘Maar de vijand klopt op de deur! En ze zijn met velen!’

Dat, heer Dijkgraaf, is de mythe van de revolutie. De grootste vijand van de mensheid is denken dat wat ze voortbrengen, belangrijk is voor de anderen. Maar de anderen zal het worst wezen; uiteindelijk willen ze na de revolutie slechts een miljoen balkons in de zon.

Uit de bundel Mijn naam is legioen (2012):

 

Aan een man in de supermarkt

En toen, gifmuze, kroop hij in mijn blik-
een man, klein, dik, met onbemand gezicht
die keek alsof hij Ron of Ruud moest heten.
En alles wat hij dacht was mij bekend:
belasting, voetbal, Emma, missverkiezing,

broccoli, koffiefilters – heel zijn mond
een dunne brief vol blanco levensdrift.
En ik was in verwachting van een scheef
gedicht, wou hem haten, kon het niet –
want alles wat hij droomt, dacht ik, droom ik 

niet beter. Goed, gegroet dus, vale oom
die net zo magisch over lakens droomt.
De rij in, dan naar huis, deurmat, ijskast,
de bank, de oven, later weer die slaap.
Ik ben zo bang dat je niet eens bestaat.

 

Ik bied u aan om het verzameld werk van Menno Wigman te lezen, in 2019 samengesteld door Neeltje Maria Min en Rob Schouten. Het leven is zinloos, maar met Menno Wigman als inspirator besteden we de tijd in elk geval nuttig.

 

Met vriendelijke groet,

Thomas van Aalten

Thomas van Aalten - Voorstad

Niet iedereen is blij met de komst van het gloednieuwe appartementencomplex Nieuw Babylon. De bewoners van de laagbouw in Oud Babylon moeten straks tegen twee zandkleurige torenflats aankijken, en de bewoners van de chique vooroorlogse Bomenwijk zien met lede ogen aan hoe de stad in handen valt van nieuw geld uit vreemde werelden. Als in de snikhete zomer de voorstad ook nog eens wordt geteisterd door een wespenplaag, vervaagt de scheidslijn tussen beschaving en ondergang. In Voorstad lezen we de getuigenissen van de familie Gregory uit de Bomenwijk en de familie Slimani uit Oud Babylon.

Over Voorstad

Verzamelde gedichten

Menno Wigman (1966-2018) was een van de grootste en eigenzinnigste dichters van Nederland. Zijn stijl werd gekenmerkt door een zwart-romantische toon die, afgewisseld met een weemoedige blik, direct tot de verbeelding sprak. ‘Poëzie heeft niet alleen met duizelingwekkende precisie te maken, ook weerbarstigheid is voor mij een vereiste.' Wigmans Verzamelde gedichten is samengesteld door Neeltje Maria Min en Rob Schouten, zijn goede vrienden en de beste kenners van zijn werk.

Lees meer

Robbert Dijkgraaf

Robbert Dijkgraaf studeerde onder andere natuur- en wiskunde aan de Universiteit Utrecht. Hij was onder andere werkzaam als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en president van de KNAW. De afgelopen tien jaar was hij directeur van het Institute for Advanced Study aan Princeton (VS). Dijkgraaf is ook bekend van DWDD en DWDD University. Robbert Dijkgraaf is minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in kabinet-Rutte IV.

Lees meer