De bolling
Vijf liter water, zie ik dat echt goed? De tranen wellen op in mijn ogen: ik kan mezelf vandaag wassen. Voordat ik het water uit het boodschappenliftje haal, check ik elke fles op de juiste naam. Nazugum Kashgari. Nazugum Kashgari. Nazugum Kashgari. Het is echt allemaal voor mij.
De laatste twee jaar is de lockdown veel strenger geworden. Soms vraag ik me af of ik de buitenlucht ooit nog zal inademen. Maar ik mag niet klagen, de VR-schermen hebben best mooie opties om in op te gaan. Ik verzink in een fantasie over hoe het gras onder mijn voeten zou voelen, terwijl ik de voorraad van vandaag opberg in mijn kleine keukentje. De slinkende hoeveelheid potten bonen, olijven, kikkererwten en mais hebben allemaal een vast plekje. Ik vul zorgvuldig een maatbeker met water en loop naar de waskamer, waar ik een zwart plastic krukje uitklap om op te zitten. De ruimte is nauw, precies afgestemd op de omvang van één persoon. Mijn kleding hang ik aan de deurklink.
De twee flessen 5-in-1-shampoo in het hoekje staren me aan. Ga ik vandaag voor kokosgeur of toch witte lotus? Die laatste ziet er iets voller uit. Ik verdeel voorzichtig het water in twee kommen. In de ene laat ik een paar druppels shampoo vallen waarna ik mijn spons erin doop. De natte spons neemt de lotusgeur over, zoals ik hoop dat mijn huid dat ook zal doen. Ik knijp de spons uit tot er nog maar een beetje vocht inzit en laat het dan over mijn lichaam glijden. Eerst langs mijn nek, dan over mijn sleutelbeen naar mijn borsten. De kou maakt mijn tepels hard. Met iedere streling voelt het alsof er een vettig laagje wordt afgepeld. Wanneer de ene kom leeg is en ik alle kleine gleuven van mijn lichaam – behalve die tussen mijn benen – heb gehad, pak ik een schone washand en doop die in de andere kom. De haartjes op mijn vulva maak ik grondig schoon. Daarna vindt mijn hand de bekende weg tussen mijn lippen. Ik leg dezelfde route met de washand af die ik net met de spons aflegde. Ik heb overal kippenvel van de kou.
Ik zit op het randje van het bed in mijn badjas, en bestudeer mijn spiegelbeeld. Mijn karamelkleurige huid, amandelvormige ogen en zwarte korte haartjes die uit mijn hoofd steken. Als iemand anders mij zou zien, zou ik dan mooi gevonden worden? Wat als ik niet alleen in de lockdown terecht was gekomen? Hoe zou het voelen als een ander haar ogen over mij heen zou laten glijden, langs elk stukje lichaam dat nu alleen mijn spons kent? Wat als het niet mijn vingers zouden zijn die de beweging aansturen op mijn lijf, maar die van een ander?
Hoe was het leven geweest als de lucht niet zo vervuild was geraakt? Ik breng al bijna de helft van mijn leven in deze pod door, twintig vierkante meter, alleen.
Ik werp een laatste blik in de spiegel, aai over mijn kortgeschoren hoofd. ‘Wat zijn we toch slim, we gebruiken zoveel minder water zonder dat lange haar,’ zeg ik tegen mijn spiegelbeeld. Het zijn de eerste woorden die ik vandaag hardop zeg.
Soms lukt het me bijna om de warmte te voelen, de buitengeur van voor de bosbranden te ruiken, die droge, warme maar frisse lucht vermengd met een hint van vers gemaaid gras.
Ik pak een half leeggegeten potje mais en mijn enige lepel, en neem plaats in de comfortabele stoel midden in de kamer. Zappend door de VR-kanalen valt mijn keuze op een picknick. Een zonnige dag met het geluid van spelende kinderen. Ik ken alle landschappen als mijn broekzak, weet precies wanneer de vogels boven mijn hoofd in V-vorm migreren, ken elk windvlaagje dat door de bomen waait, maar toch stelt het me gerust. De scène omsluit me helemaal. De staatsbouwploegen hebben hier op alle muren en het plafond VR-schermen bevestigd zodat je geen bril meer hoeft te dragen – en waarschijnlijk ook zodat we minder nieuwsgierig worden naar de buitenwereld. Terwijl de vogels voor de derde keer over mij heen vliegen, sluit ik mijn ogen en probeer ik de zonnestralen daadwerkelijk te voelen. Soms lukt het me bijna om de warmte te voelen, de buitengeur van voor de bosbranden te ruiken, die droge, warme maar frisse lucht vermengd met een hint van vers gemaaid gras. Onwillekeurig roep ik de enige herinnering aan mijn moeder op. Haar lange zwarte steile haar, glanzend in de zon, hangt over haar sterke schouders. Ze draagt een rode outfit met gouden versiersels erop. Een hand, misschien die van mijn vader, verstrengeld met de hare. Als ik probeer te kijken naar de rest van het plaatje in mijn hoofd verdwijnt alles in het zwart. Ik weet niet meer hoe het verder gaat. Een geluid ontsnapt uit mijn keel, de ontspanning verdwijnt uit mijn schouders. Zo is het wel genoeg, uit dat scherm.
Ik sta op en pak een van de waterflessen van het aanrecht om een glas in te schenken. Terwijl de vloeistof door mijn keel glijdt en mijn mond vochtig achterlaat, voel ik een kleine bolling onder het etiket van de fles.
Vreemd, dit is me nog nooit eerder opgevallen. Mijn duim wrijft er nog eens over, verrast door het onbekende gevoel. Ik pak de andere flessen erbij om te kijken of die ook zo aanvoelen. Ik tast de etiketten en doppen af alsof ze onderdeel zijn van mijn lichaam. Centimeter na centimeter, geen enkel stukje oppervlak blijft onberoerd. Ik begin me af te vragen of ik het me ingebeeld heb. Ik bestudeer het eerste exemplaar en kom tot de conclusie dat deze wel echt anders is. Wat betekent dit? Is het een fout? Terug op de stoel probeer ik de verpakking voorzichtig van de fles te trekken zonder het te scheuren.
Kan je jaloers zijn op een stuk papier? Op de pen die tussen vingers geklemd heeft gezeten, op de inkt die eruit stroomde door de druk op de punt van de pen?
Wanneer het hele etiket eraf is, zie ik dat er een minuscuul papiertje aan de binnenkant geplakt is.
Het zal wel een productiefout zijn. Maar mijn wangen beginnen te gloeien en ik pulk voor de zekerheid nog even aan het papiertje. Er staat iets op, in hele kleine handgeschreven letters. Ik druk het nog net niet tegen mijn neus aan, zo dichtbij houd ik het. Nee. Dat staat er niet echt. Ik kijk om mij heen alsof ik gefilmd word, werp dan nog een blik op het papiertje:
Buiten is mogelijk
Wat betekent dit? De voorraad wordt toch altijd door robots bezorgd? Op het etiket staat echt mijn naam. Het stukje papier wordt steeds warmer in mijn hand, duizenden gedachten racen door me heen. De verstarde staat van mijn lichaam wordt pas onderbroken wanneer er time to sleep door de luidspreker klinkt. Zonder de slaapwekker zou ik niet weten wanneer het nacht is, aangezien de pods geen ramen hebben. Op automatische piloot maak ik me klaar voor de nacht en ga in bed liggen. Normaal val ik vrij snel in slaap, maar nu lig ik naar het plafond te staren. Misschien helpt het om een heldere sterrennacht op het plafond af te spelen.
Ik woel en draai tot mijn ogen op de fles vallen die ik onnadenkend op mijn nachtkastje heb gezet.
Het briefje moet door iemand aangeraakt zijn.
Kan je jaloers zijn op een stuk papier? Op de pen die tussen vingers geklemd heeft gezeten, op de inkt die eruit stroomde door de druk op de punt van de pen?
Die elegante en ervaren vingers, met schone en geknipte nagels, die sierlijke bewegingen maken. De aders op de hand die zichtbaar bloed pompen naar haar hart. De sterke armen waarmee kratten water gedragen worden. Hoe zou ze er verder uitzien? Al die tijd heeft iemand de dingen aangeraakt die ik daarna heb aangeraakt.
Hoe zou het voelen om haar warme handen tegen de mijne aan te voelen?
Wat als die handen over mijn lijf strelen – houd ik van zachte aanrakingen, of liever vingers die in mijn rondingen knijpen? Ik druk de deken tussen mijn benen, precies zo opgehoopt dat mijn brandende clitoris ertegenaan kan wrijven. Warm speeksel begint zich op te hopen in mijn mond. Dan pak ik de fles en probeer te traceren waar haar vingers langs moeten zijn gegaan. De ribbels in de verpakking lijken te vervormen naar de vulvalippen van mijn fantasiefiguur en ik voel mijn hart kloppen in mijn vagina. Steeds harder. Hijgen. Het restje water in de fles klotst met mijn bewegingen mee. De vingers van de briefjesschrijver lijken over mijn huid te glijden. Mijn hoofd brandt bijna net zo erg als mijn clitoris. Ik weet dat de ontrafeling komt.
Dan doe ik iets waar ik nog nooit eerder aan hebt gedacht: ik glijd met mijn vingers bij mezelf naar binnen en breng die daarna naar mijn mond. Ik proef mezelf en ik denk: wat zou ze van mijn smaak vinden?
Gedreven door mijn impulsen sta ik op en loop naar de keuken met de fles. Ik pak een potlood en het briefje. Als ik de fles overgiet in iets anders kan het morgen nog leeg terug de lift in.
Ik schrijf zo klein als ik kan, met mijn onbedreven vingers. Dit briefje gaat terug naar de zender. Dat moet. Wie weet of dit een nieuw begin of het einde zal betekenen, maar het enige wat ik zeker weet is dat mijn woorden in haar handen moeten komen:
Ik wil.
Heb jij ook een erotisch verhaal in je?
Schrijf een literair erotisch kortverhaal (max 800 woorden) over lust in tijden van wereldpijn. Want ondanks natuurrampen, oorlogen en politieke crisissen blijven we hunkerende mensen. Duik je voor je verhaal liever terug in de tijd of wil je graag fantaseren over een erotische ontmoeting in een andere toekomst? Dat kan ook. Laat je fantasie de vrije loop. Seks mag, maar hoeft niet.

-1743164719.jpg/d15b56efc366ff43f408a0c263e6525b.jpg)
Eline Veldhuisen
Bekijk meer werk van Eline