Het is onnozel om vorm en inhoud van elkaar te scheiden

In gesprekken over literatuur is er vooral grote belangstelling voor de inhoud, het plot of de maatschappelijke relevantie. 'Maar een literaire tekst is niet alleen vehikel voor inhoud', stelt Maxim Februari, die in juni en juli gasthoofdredacteur is van het ILFU-platform. Vandaag zijn eerste column: over hoe de vorm van een tekst iets kan vertellen, als woorden tekortschieten.

Tags

Column
Foto: Niek Stam

Word ILFU Member en steun onze schrijvers en verhalen

Vertel me meer

Soms draai je in gedachten twee van de tachtig kaartjes om die voor je op tafel liggen, en, kijk, er staat precies hetzelfde plaatje op! Je slaakt een kreet van blijdschap. Misschien heb je wel iets gewonnen!

Ik kreeg twee boeken in handen en sloeg ze achteloos open. Opeens sprong ik op. Kijk! Typografische experimenten! In Oersoep van Bregje Hofstede en Bedenktijd van Meredith Greer wordt gespeeld met de plaats van de letters op de pagina, met de bladspiegel, de typografie. En natuurlijk had ik dat wel eens eerder gezien, in oudere boeken, maar toch. Het leek me betekenisvol dat de vorm van de tekst zich zo prominent opdrong in twee boeken die vrijwel gelijktijdig verschenen.

De boeken bekeek ik nog eens met extra interesse omdat ik in juni en juli plaatsvervangend hoofdredacteur zal zijn van het platform van het ILFU. Dat tot mijn eigen verbazing. Ik ben nog nooit hoofdredacteur geweest, ben er niet voor opgeleid en voel me alsof ik zonder enige politieke ervaring opeens minister-president ben geworden. Om me voor te bereiden heb ik dit voorjaar zoveel mogelijk boeken gelezen en literaire lezingen bezocht.

Zo belandde ik halverwege de lente bij een lezing van Veronica Gerber Bicecci over haar roman Conjunto vacío. De lezing was in het Spaans, wat ik niet versta, maar ik zag illustraties en tekeningen van Venn diagrammen voorbijkomen, en besefte dat ik opnieuw op een boek was gestuit waarin de visuele vorm wordt ingezet om een verhaal te vertellen. De titel Conjunto vacío – lege verzameling – verwijst naar de verzamelingenleer die in het boek wordt ingezet om het leven van individuen te begrijpen.

Als literatuur iets kan bijdragen aan het leven, dan zit hem dat vooral in zinsconstructie en bladspiegel.

‘Er zijn – dat weet ik zeker – dingen die niet in woorden verteld kunnen worden’, zei Veronica Gerber Bicecci in interviews die ik na afloop van haar lezing las. Zo’n uitspraak, komende van een literair auteur, is tegelijkertijd nogal wiedes en hoogst provocatief. Want leg maar eens uit welke dingen precies niet in woorden verteld kunnen worden. En hoe kun je het er dan wel over hebben? Ik besloot het te vragen aan Bregje Hofstede en Meredith Greer.

Er zou overigens aanleiding genoeg geweest zijn om het juist met deze twee auteurs exclusief over inhoud te hebben, want hun boeken gaan over verwante thema’s. Ik kan me de televisieprogramma’s met hen voorstellen, de literaire thema-avonden. De interviews. Maar hebben we het niet al lang genoeg over inhoud gehad? Moet het niet eindelijk weer over literatuur gaan?

Zoals iedereen weet is in deze stellige tijden een grote belangstelling voor maatschappelijke standpunten ontstaan. Alles is plot, ieder verhaal wordt gelezen als een thriller, iedereen wil aan het eind van het boek weten wie wat heeft gedaan. Maar een literaire tekst is niet alleen vehikel voor inhoud. Zo’n tekst verschilt van andere vormen van schrijven in de omgang met taal. Als literatuur iets kan bijdragen aan het leven, dan zit hem dat vooral in zinsconstructie en bladspiegel.

Alleen al de worsteling met taal is een inhoudelijke boodschap, een oproep je eigen pretenties te blijven wantrouwen.

Of misschien zit het hem nog wel het meest in de kritische houding van schrijvers tegenover schrijven. Andermans en vooral ook het eigen schrijven. Een beetje schrijver verzet zich uiteraard tegen de dominante taal van de macht, maar zo’n type schrijver kijkt ook met argwaan naar de pretentie waarmee ze zelf de wereld denkt te kunnen tackelen. Literaire auteurs worstelen, als het goed is, met hun eigen macht om de wereld naar goeddunk te ordenen. En met hun onvermogen recht te doen aan het onzegbare. ‘De dingen die niet in woorden verteld kunnen worden’.

Eerlijk gezegd interesseert de kwestie van vorm en inhoud me al sinds ik als kind het verhaal las dat de muis in Alice in Wonderland afsteekt en dat de vorm aanneemt van zijn staart. Sindsdien weet ik ook hoe onnozel het is vorm en inhoud van elkaar te scheiden: de twee beïnvloeden elkaar. Alleen al de worsteling met taal is een inhoudelijke boodschap, een oproep je eigen pretenties te blijven wantrouwen.

Maar goed, oké, ik ben dus de hoofdredacteur. Wie zou ik aan het begin van mijn regeerperiode om een bijdrage kunnen verzoeken? Lewis Carroll? Ik heb besloten deze week aan Meredith Greer te vragen wie zij interessant vindt, omdat zij voor haar roman duidelijk diep heeft nagedacht over dit alles. En ik vroeg Bregje Hofstede uit te leggen wat ze in haar roman heeft gedaan en waarom.

Tevreden over mezelf voegde ik hun boeken weer toe aan de andere achtenzeventig op tafel. De vorm keert terug in het literaire discours, stelde ik vergenoegd vast. Ik weet het zeker.