ILFU x Centraal Museum: Wonderolie, een verhaal van Alexis de Roode

Twee ogenschijnlijk totaal verschillende collecties ontmoeten elkaar in Double Act: de monumentale video-installaties van de Amerikaanse familie Kramlich en 17de-eeuwse schilderwerken van het Centraal Museum. ILFU en het Centraal Museum voegen samen een extra laag aan de tentoonstelling toe. Diverse schrijvers en dichters lieten zich inspireren door het tijdloze van de schilderijen en het visuele verhaal van de videokunstenaars. Vandaag: Alexis de Roode schreef een verhaal bij een combinatie van een videowerk van Bruce Naumann en oud werk van Ter Brugghen.

Tags

Double Act Kunst
Bruce Nauman, Raw-Material OK OK OK, 1990 (C) Bruce-Nauman, Pictoright Amsterdam-2022

Al meer dan 1000 ILFU leden steunen de fictie. Jij ook?

Vertel me meer

Wonderolie

Oké oké oké. Een rode neus. Mensen hebben gewoon rode neuzen als het koud is. Dode vingers en rode neuzen. Sommige delen van het lichaam, zoals de schouderpartij en de schaduwen onder de sleutelbeenderen, hebben al een lijkkleur terwijl je nog leeft. Ook in de handen, die overwegend rood en goed doorbloed zijn, zie je soms ineens een vingernagel die blauw of zwart is. Maar de neus, de wangen, de lippen, daar dringt het leven door het vlees naar buiten, om iets te signaleren naar de wereld. Rood, rood, rood, oké oké oké.

Niet oké. Elvira keek naar haar neus. De poriën op het neuspuntje kwamen haar weer monsterlijk voor, alsof er een bombardement met mortiergranaten had plaatsgevonden die enorme putten in de droge grond hadden geslagen. Dit was niet hoe het hoorde. Alles moest egaal lichtroze zijn. Zoals de muur van haar slaapkamer.

Het was begonnen ergens in haar puberteit. Ze wist zeker dat ze als kind nooit poriën had gehad. Op een dag had ze in de spiegel gekeken en de gaten ontdekt. Waarom deden hormonen dit met je, waarom vond de biologie dit nodig, waarom moest de walgelijkheid van het lichaam tegelijk met de seksuele rijpheid aan de dag treden?

Resa liep expres tegen haar knieën aan en rekte zich uit op het tapijt, waarbij ze een kort piepgeluidje liet ontsnappen. De oude labrador werd ongeduldig als het make-upritueel te lang duurde. Ze legde haar sponsje neer, wierp nog een laatste blik, en liet de spiegel los. ‘Jaja, we gaan al.’ Rotkou, dacht ze toen ze de deur opende, maar Resa stond al half buiten. Haar staart tikte tegen de deur. Elvira trok de sjaal op tot boven haar neus en begon aan de dagelijkse ochtendwandeling.

Rood, rood, rood, oké oké oké.

Wim keek met een brede glimlach naar de zon die boven de rijtjeshuizen in de verte begon op te komen. De nieuwe route was perfect in de vroege ochtend, de zandkluiten waren hard bevroren, de rijprandjes langs de grashalmen glinsterden in het licht. Overal diamanten. Wat was het heerlijk om de leegte in te joggen, voordat hij aan zijn werkdag begon. Kwaliteitscontrole vroeg om een helder hoofd. Eerst sloeg de kou je lekker wakker, daarna kwam het innerlijke straalkacheltje op gang. Als een stoomtrein trok hij door het landschap.

Hij zag de vrouw met de labrador al in de verte, een frêle gestalte die afstak tegen het felle licht. Ze had een bos krullend haar die zonnestralen ving, de buitenste lokken gloeiden rood op. Zo te zien droeg ze een lange winterjas die was ingesnoerd bij het middel, om haar nek een wollige sjaal. De zon wierp haar schaduw, een langgerekte zandloper, zijn kant op. Prachtig. Heerlijk dat ik daar nu gewoon van kan genieten, zei hij bij zichzelf. Dat is het fijne van een jaartje ouder worden. Ok, 43 was niet oud, maar toch was het nu anders dan toen hij nog een twintiger was.

Hij matigde zijn tempo iets, om niet al te zeer te hijgen bij het passeren. Je moest vrouwen niet bang maken, als je alleen in de natuur liep. Je las tegenwoordig zulke rare dingen. Soms kwam hij tijdens het joggen andere mannen tegen, die zo te zien geen enkele goede reden hadden om in de natuur te zijn. Dat verontrustte hem altijd een beetje. Altijd ging hij iets stoerder, iets breder lopen, zei extra luid “môgge”, om de potentiële mafkezen duidelijk te maken dat hij geen geschikt slachtoffer was. Het sloeg eigenlijk nergens op, want zelf was hij een meter vijfentachtig lang en van nature gespierd. Zijn beginnend buikje hield hij redelijk in toom met zijn dagelijkse rondjes. Hij had niks om bang voor te zijn.

Toch, iemand kan ineens een mes tussen je ribben stoten. Een jongeman op de heide had laatst zomaar drie willekeurige mensen neergestoken. Dan had hij hier nu gelegen in het bevroren gras, zijn uitdovende blik gericht op de ochtendzon. Het kan wel een half uur duren voordat er iemand passeert. Het traanvocht bevriest, ijskristallen beginnen zich te vormen op de oogbol. Het donkere blauw van de iris wordt troebel, hemelsblauw, ijswit. Hij rilde, schudde het van zich af. Kijk om je heen, Wim! Denk niet aan akelige dingen. Geniet toch van het leven. Kijk eens naar dat zonnetje!

Ze moest ergens in de twintig zijn, zag hij nu. Donkere ogen met fijngetekende wenkbrauwen. De ijle ademwolkjes die opstegen van de sjaal vertederden hem. Een hert in een bevroren bos. Net als hijzelf. Hij constateerde dat ze hardnekkig naar links keek terwijl ze hem naderde, alsof de ochtendnevel iets verborg. Wat moest het lastig zijn om een vrouw te zijn, altijd een beetje op je hoede, altijd rekening houden met scenario’s.

Hij wilde niet dat ze bang voor hem was. Natuurlijk zou hij gewoon kunnen glimlachen en “goedemorgen” zeggen. Maar dan kon ze zijn tanden zien. Voor zijn tanden was het een te mooie dag. Liever wilde hij een goede indruk op haar maken. Hij kwam op een ideetje.

Vlak voor hij de vrouw passeerde – ze hield haar hand bij de sjaal en keek naar de grond – hield hij zijn pas in, bracht zijn hand naar zijn voorhoofd alsof hij een hoed afnam, zwaaide met de denkbeeldige hoed, en maakte daarbij een kleine buiging: “Een goede morgen, mevrouw!” Hij sprak het nadrukkelijk uit, als een nieuwslezer van het polygoonjournaal uit de jaren zestig. Vormelijkheid is wonderolie voor het intermenselijk verkeer, had hij kunnen zeggen, jammer dat het zo dreigt weg te zakken in deze jachtige tijden, vind u niet, mevrouw?

De hond was echt een oud beestje met een grijze snoet en keek wat suffig op. Maar de jonge vrouw draaide nieuwsgierig haar hoofd, terwijl hij langs haar dribbelde over het gras. Even later klonk het hem aarzelend na: “Goedemorgen.”

Zie je wel. Hij kon het best, communiceren, al beweerden zijn collega’s van niet. Die mooie dame voelde zich nu ongetwijfeld veiliger. Ze had nu een warm gevoel in haar buik, dat kon niet anders. Later vandaag zou ze nog eens glimlachend terugdenken aan die malle meneer die een denkbeeldige hoed afnam.

Tijdens zijn werk, het controleren van binnenkomende containers in een groot distributiecentrum, vroegen zijn collega’s waarom hij steeds zat te neuriën. Maar daar trapte hij niet in. Voor je het wist was je weer het pispaaltje. Dat had hij allemaal al gehad. In de lunchpauze ging hij alleen zitten, aan problemen had hij geen behoefte. Zorgen jullie maar voor je eigen goede humeur. Hem kregen ze niet.

Bruce Nauman, Raw-Material OK OK OK, 1990 (C) Bruce-Nauman, Pictoright Amsterdam-2022

Toen hij de volgende ochtend zijn veters strikte, werden de lussen als vanzelf wat wijder en sierlijker dan gewoonlijk, alsof hij feestslingers aan zijn hardloopschoenen bevestigde. Hij kamde zijn haar zorgvuldig in model en spoot er wat aftershave op, ging op pad. Het gras was opnieuw bevroren, de zon stond op exact dezelfde hoogte boven de horizon toen hij het kronkelende zandpaadje tussen de weilanden betrad. En ja, ze was er! Daar kwam ze al aan met haar oude hond! Perfect, perfect, perfect!

Haar krullen vielen losjes over de opstaande kraag, en nu keek ze hem vluchtig aan tijdens zijn nadering. Hij meende een zweem van een glimlach te zien. Haar sjaal zat vandaag niet zo hoog. Zijn hart sloeg een slag over.

Opnieuw nam hij zijn denkbeeldige hoed af, iets zwieriger dan gisteren, en wenste haar goedemorgen. In het passeren wentelde hij om zijn as, hij sloot af met een klein buiginkje. Daarbij struikelde hij bijna over zijn voeten.

“Goedemorgen mijnheer” klonk hem vrolijk na. Iets te vrolijk misschien. Dreef ze de spot met hem? Nee, nee, nee, niet doen. Niet overal iets achter zoeken. Op zo’n prachtige dag moest je de dingen nemen zoals ze zich presenteerden, met een straaltje zonneschijn.

Goodmorning, bonjour, gutentag. Dat is overal ter wereld genoeg. Een klein ochtendritueel, terwijl de wereld om ons heen verkruimelt. Hongersnood in Yemen. Genocide op moslims in Birma. De nieuw opkomende jodenhaat. Oorlogmisdaden in Oekraïne. Kindermishandeling. Mass shootings. Corona en coronacomplotten. Je kan erom huilen. Maar je kunt er maar beter om lachen. Twee mensen op een bevroren ochtend, die elkaar groeten als 19e-eeuwse kennissen, met een denkbeeldige hoed tussen ons in. Een klein gelukje.

 

Er was nu al een week verstreken waarin ze elke ochtend de man met zijn fantasiehoed tegenkwam. Elvira vond het wel grappig. Hij had duidelijk een zwak voor haar en hij was er niet mee gestopt toen ze de sjaal had laten zakken. Dat was haar standaardtest. Maar nee, hij was alleen maar enthousiaster geworden. Een beetje flauw was het wel, elke ochtend die hoed, waarom begon hij na twee of drie dagen niet gewoon een gesprekje? Niets was makkelijker dan een gesprekje over Resa beginnen. Iedereen begon altijd een gesprekje over Resa. Maar goed. Zoveel tijd had ze ’s ochtends ook niet. Verwachtte hij meer respons van haar kant?

 

Het gebeurde in de tweede week. Hij merkte het al aan de manier waarop ze aan kwam lopen. Ze liep wat bedachtzamer, ze keek wat meer naar hem, alsof ze hem probeerde te peilen. En kijk – op het moment dat hij wilde groeten, hief ze haar hand op naar een plek minstens 40 centimeter van haar hoofd af, en tilde een enorme denkbeeldige hoed op. ‘Goedemorgen, mijnheer’ zei ze.

Hij verloor bijna zijn evenwicht. Ze had hem afgetroefd. Wat een meid! En ze had het overtuigend gedaan. Hij zag precies wat voor hoed ze bedoelde: een grote roomwitte dameshoed met een brede rand en linten en struisvogelveren en mogelijk zelfs een klein vogelnestje bovenop. Een echte dameshoed uit de 19e eeuw. In een reflex had hij al ‘goedemorgen’ teruggezegd zonder zijn hoed af te nemen. Nee, zo zijn we niet met Wim getrouwd! Snel greep hij zijn hoed, en hief hem haastig op. Voor een uitgebreide zwaai was geen tijd meer. Een beetje in de war liep hij verder. Hoe zag zijn eigen hoed er eigenlijk precies uit? Daar had hij nog niet zo goed over nagedacht. Maar als zij met een authentieke verzonnen hoed van haar betovergrootmoeder kwam aanzetten, kon hij niet met een feestwinkelhoedje aankomen.

In de volgende ochtenden werkte hij aan zijn hoed. Als hij aan kwam lopen, betastte hij het gevlochten koordje rond de band, of het nog goed zat. Hij zou haar wel eens laten zien wat een echte hoed was. Een groene vilten hoed met een klein roofvogelveertje in de band, nee, een struise fazantenveer! Hij vouwde zijn vingers tot een driehoek en pakte daarmee de punt beet. Hief hem zwierig in het ochtendlicht en beantwoordde haar ochtendgroet. Als ze zich maar niks aan haar hoofd haalde. Groter was niet altijd beter!

 

Regelmatig gebeurde het nu dat de hoed bijna van haar hoofd afwaaide, als ze aan kwam lopen met haar labrador, dan hield ze met haar rechterhand het gevaarte ferm op haar kruin geplant. Mooi was ze wel, maar slim? Ze kon beter een praktische hoed kiezen. Van wind had hij met zijn Alpenjagershoedje geen last. Geen storm kreeg die hoed eraf. Hij begon zelfs een beetje te knellen. Soms moest hij zichzelf eraan herinneren dat de hoed denkbeeldig was. Hij had er vaker last van in de late winter, vroege lente, zo’n knellend gevoel rond zijn hoofd. In dit jaargetijde moest hij altijd extra op zijn gezondheid passen.

Haar hond had er ook een beetje last van, leek het. Die sleepte tegenwoordig achter haar aan, de neus dicht bij de grond. Het was geen prettig gezicht. Maar dit jaargetij werkte op ieders stemming, dat mocht hij die hond niet kwalijk nemen.

Hendrick ter Brugghen, De vrolijke drinker, ca 1625 © Centraal Museum Utrecht Ernst Moritz

Ze had er echt plezier in gekregen, het dagelijkse theaterstukje. De man was nog steeds geen gesprek begonnen, hij glimlachte ook nooit, prima. Het maakte alles makkelijker als hij niks van haar wou. Zijn ongewone gedrag prikkelde haar om telkens iets nieuws te verzinnen. In deze tijd van het jaar ging haar bloed altijd wat sneller stromen, ze had minder last van koude voeten en handen. Vanochtend had ze in de verte al de lente geroken... Alleen met de nieren van Resa ging het niet zo goed. De dierenarts wist niet of ze de zomer zou halen. Arme Resa. Ze was nog altijd zo blij elke ochtend.

 

Februari was een peilloze witte leegte en maart was nog erger. Het was de wind van de dood die blies. Geen weer voor grote onpraktische dameshoeden. Dat domme meisje. Zijn hoed zat muurvast op zijn hoofd. Hij zou liever zonder hoed gaan joggen, maar dat kon nu niet meer. Hij kreeg hem niet meer afgezet. Dat was lastig bij het groeten. Hij deed alsof hij zijn hoed afnam, maar het ding kwam niet los van zijn hoofd. Hij hoopte maar dat het niet opviel.

Ze was op hem afgeknapt, dat wist hij nu zeker. Het was voorbij. Misschien had ze toch zijn tanden gezien. Hoe had hij het ook kunnen denken. Het waren twee mooie maanden geweest, ze hadden een fantastische tijd beleefd samen. Maar uiteindelijk moest ze toch voor haar vaste vriend kiezen, die ze ongetwijfeld had. Zo ging het altijd.

En nou het ging ook nog regenen, dagen achter elkaar. Het paadje tussen de weilanden veranderde in een modderglijbaan. Op woensdag was de hemel inktzwart. Toen ze hem tegemoet liep op de vaste tijd, zag hij tot zijn afschuw dat het vogelnestje bovenop de hoed was vervangen door een enorm nest, dat werd bebroed door een witte zwaan. Het was geen gezicht. Het meisje knikte diep door haar knieën tijdens het lopen, onder het gewicht van die enorme vogel. Bij het groeten kreeg ze de hoed nauwelijks opgetild. Het enige voordeel was dat haar kapsel droog bleef, terwijl hij tot op zijn beenderen doorweekt was.

Het nest kon elk moment met zwaan en al van haar hoofd afglijden, zag hij. Machteloos geklapper van doorweekte vleugels. De zwaneneieren zouden besmet raken met smerig modderwater, er zouden misbaksels van kuikens uit kruipen, met schubben in plaats van pluisjes en één cyclopenoog op het midden van hun voorhoofd.

Hij meldde zich ziek op zijn werk, want hij kon niet met de hoed op naar zijn werk, hij had geen zin in de vragen en opmerkingen van zijn collega’s. Het knelde verschrikkelijk. Er moet iets gebeuren, zei hij tegen zichzelf, dit kan zo niet langer met die zwaan. Dat meisje is gek. Ze maakt me overspannen. Deze ongezonde relatie kon niet langer voortduren. Dat meisje moest uit zijn leven verdwijnen.

Toen ze hem tegemoet liep op de vaste tijd, zag hij tot zijn afschuw dat het vogelnestje bovenop de hoed was vervangen door een enorm nest, dat werd bebroed door een witte zwaan.

Resa had haar hand gelikt, even gejankt, en was in slaap gevallen. Een korte stuiptrekking na het tweede spuitje, en toen was het voorbij. Elvira was verdrietig naar bed gegaan en de volgende ochtend werd ze wakker op dezelfde tijd als gewoonlijk, maar zonder de kwispelende teddybeer die in de huiskamer op haar wachtte. Er was geen reden meer om te gaan wandelen. Maar ze zou nog een keertje gaan. Voor Resa. Van films en boeken met open eindes hield ze niet. Het toneelstukje moest een afsluiting krijgen. Als ze zonder hond kwam, zou die man wel begrijpen wat er aan de hand was.

 

Hij jogde haar moeizaam tegemoet. De modder zoog aan zijn voeten en wilde niet loslaten. Iemand had de weilanden veranderd in een slagveld. De loopgraven liepen in rechte lijnen tot aan de horizon. Een stuk verderop, dieper in de grijze mist, zag hij iets zwarts uit de modder omhoogsteken, ja, het dijbeen van een paard. Hij bracht zijn hand naar zijn hoofd en trok hem terug. De hoed deed te veel pijn om hem aan te raken. Alle kracht werd uit zijn lijf geperst.

De knobbelzwaan troonde pontificaal op haar hoed, als een vette keizer. Het beest snaterde kwaadaardig uit zijn gloeiende snavel, terwijl het dertien zwarte eieren uitbroedde. Af en toe pikte hij venijnig naar de handen van het meisje, waarmee ze de hoed op zijn plaats hield, en trok grote pluizen uit haar wanten.

Maar er klopte iets niet. De hond was er niet. Ze keek heel serieus, dat klopte ook niet. Meestal glimlachte ze een beetje. Nu keek ze bijna verbeten. Hij voelde dat er onheil naderde, dat ze iets in haar schild voerde. Nu kon hij nog omkeren. Maar dat zou laf zijn. Misschien zag hij gewoon dingen die er niet waren. Vertrouw op het vaste schema.

Hij bracht zijn trillende handen omhoog voor een laatste groet, toen hij ineens iets zag veranderen in haar gezicht… Hij onderdrukte een gil. Haar gelaat was een masker, een ernstig masker, waar ineens een grijns doorheen brak. Hij bleef staan, en voelde hij dat hij begon weg te zinken in drijfzand. De vrouw bracht beide armen omhoog alsof ze hem wilde aanvallen, hij zette zich schrap, maar ze tilde haar hoed op en wierp hem bovenhands het weiland in. “Zo!” zei ze. “Die heb ik niet meer nodig.”

De zwaan vloog scheldend op en verdween richting de bosrand, terwijl de dertien eieren braken op de grond en zich mengden met de modder tot een zwarte omelet. Wim kon zich niet bewegen. Uit zijn ooghoeken zag hij hoe modderheuveltjes tot leven kwamen en zich verplaatsten. Het meisje kwam op hem af, haar handen uitgestrekt. Ze grijnsde demonisch.

 

De man reageerde een beetje suf, tot haar teleurstelling. Hij speelde niet mee, vroeg ook niet naar Resa, zoals ze toch een beetje verwacht had. Hij keek haar alleen maar aan, terwijl allerlei spiertjes in zijn gezicht begonnen te trekken.

Nu snapte hij alles. Dat loeder! Dat monster! Ze had dit allemaal gepland vanaf het begin! Ze was al die tijd op zijn hoed uit geweest! Het ging alleen maar om zijn mooie hoed! Achter haar zag hij de gezichten van zijn jaloerse collega’s die hem uitlachten. Die duivelin! Hoeveel hadden ze haar betaald? Feilloos had ze hem in de val gelokt! Er was hier niemand in de buurt, flitste het door hem heen. Hij kon haar– Hij zou haar–

 

Maar het was al te laat. De dochter van Satan sprong op hem af en griste met haar rechterhand de hoed van zijn hoofd, alsof het niks was, alsof er niet zestien kilo radioactief wolfraam in de voering verborgen zat. Hij wilde zijn handen uitstrekken naar haar nek, maar op hetzelfde moment realiseerde hij zich dat het knellende gevoel rond zijn hoofd weg was. Ook de modder had hem losgelaten en kroop niet meer tegen zijn benen omhoog. Hij was zestig kilo lichter.

Maar het was al te laat. De dochter van Satan sprong op hem af en griste met haar rechterhand de hoed van zijn hoofd

De man keek haar met opengesperde ogen aan, alsof hij net uit een ei was gekropen en voor het eerst de zon zag. Even was ze bang voor hem, maar daarna zag ze hoe het begon te glinsteren tussen zijn oogleden. Misschien was het toch beter om nu iets te zeggen.

“Ach meneer” zei ze, terwijl ze zelf haar ogen vochtig voelde worden, “laten we hier nu niet gaan huilen, ze was al zo oud. Maar na vandaag zult u mij voorlopig even niet zien, dat begrijpt u wel. Ik hoop dat u het niet erg vindt dat ik uw hoed heb afgepakt. Mag ik hem houden? Als aandenken?”

De man pakte haar handen beet, en snikte nu voluit, terwijl tranen over zijn wangen stroomden. Hij wilde haar om de hals vallen, maar dat vond ze niet nodig.

Beeldcredits

Bruce Nauman, Raw Material - OK OK OK, 1990 © Bruce Nauman/Pictoright Amsterdam 2022

Hendrick ter Brugghen, De vrolijke drinker, ca. 1625, olieverf op paneel, collectie Centraal Museum, Utrecht/aankoop met steun van de Vereniging Rembrandt 1955 © Centraal Museum Utrecht/Ernst Moritz

Lees het vorige werk in deze serie

Nobelprijs-winnaar Louise Glück schreef het gedicht 'Tweesprong' in de ILFU x Centraal Museum: Double Act serie.

Lees het gedicht hier

Double Act

Hoe verbeelden kunstenaars van toen en nu de menselijke emotie? In Double Act treffen videokunst en zeventiende-eeuwse schilderijen elkaar in een tentoonstelling die onderzoekt wat het betekent om mens te zijn. Te zien in het Centraal Museum van 8 okt 2022 — 15 jan 2023. Alle verhalen verschijnen ook in een speciaal magazine, te verkrijgen in het museum.

Bezoek de tentoonstelling
Double Act