Jachtgebied – het verhaal van de maand februari

De advertentie van het vakantiehuis beloofde een unieke plek, middenin de natuur, weg van de massa. Perfect voor de voorjaarsvakantie, zo hoopte het hoofdpersonage in dit nieuwe verhaal van Sanneke van Hassel. Maar hoe langer ze met haar gezin aan de rand van dit donkere Duitse bos zit, hoe groter haar onrust groeit. Misschien is er toch net iets te stil.

Word ILFU Member en kijk al onze programma's online terug

Nu de eerste maand gratis

Jachtgebied

Zij deed de navigatie. Ze wist zeker dat ze rechtsaf moesten, maar Elif keek op zijn telefoon en stuurde rechtdoor. Op de achterbank zat Fabian Roblox te spelen. Haar zoon had in de voorjaarsvakantie per se naar het buitenland  gewild, maar de hele reis keek hij nauwelijks naar buiten. 

‘We zijn van de snelweg. Zet nu dat ding uit.’ 

Hij reageerde niet en ze liet het maar zo. Ze waren er toch bijna.

Het landweggetje kwam uit op een brede straat met flats. 

‘Mmm’ zei Elif, ‘je had gelijk.’

‘Kun je dat nog eens zeggen?’ 

‘Ik wist zeker dat het daar niet kon zijn. Kijk maar op Google Maps, op die heuvel is niks.’ 

Hij keerde de auto en ze reden terug om af te slaan bij een oude brug. Aan de andere kant van de beek lag het wijngoed, met aan de rand een landhuis met donkerrode luiken. Gut Abendstern stond in Gothische letters op de gevel. Ze reden de heuvel erachter op, langs een wijngaard en rotsen waar kronkelige eiken houvast zochten met hun wortels. Hoewel het niet op de kaart stond, lag er een gehucht op de heuvel. Een achttal huizen, minstens honderd jaar oud, met luiken en pannendaken. De meeste waren opgeknapt, de voortuinen betegeld. Bij een paar stond nog een versleten tuinkabouter of een pot viooltjes in de tuin, daar woonden vast oude mensen. Ondanks het milde weer was het doodstil.

Hun gastvrouw woonde in het laatste huis. Op haar knieën krabde ze met een aardappelschilmesje het onkruid tussen de tegels van het tuinpad uit. Hannelore Gutschein droeg een vilten rok en had haar lange grijze vlechten samengebonden. 

‘Ik ben blij dat jullie het hebben gevonden,’ zei ze in het Engels met een Duits accent. ‘Welkom op mijn magische plek.’

‘Dankzij uw routebeschrijving, Google Maps stopte ermee,’ zei Doke. ‘Wat is het hier mooi.’ 

Fabian rende naar de schommel die aan de kastanjeboom hing. Doke ontspande. Op de website had ze gelezen over de bijzondere energie van deze plek. Hier wijdde Hannelore haar leven aan moeder natuur. Dat vond Doke sympathiek, hoewel ze bedenkingen had bij de ‘trillingsfrequentie’  waar hun gastvrouw over schreef. Die was hier minstens 12.544 Bovis ‘Heilfrequenz’, ‘Gasten kunnen zich hier opladen en genieten’ terwijl ‘Vater Himmel und Mutter Erde’ op alle niveaus inwerken en zo je energie verhogen. Ze had het niet aan Elif verteld, ze had geen zin in commentaar. Ze waren hier om tot rust te komen.

Even later wandelden ze in de avondschemer over de heuvel naar een Gasthof in het dorp. IJs kraakte onder hun zolen. Elif en Fabian liepen voorop, zwaaiend met stokken uit de berm. Langs het pad groeide een grillige oude meidoornhaag, in de lente zou het hier nog mooier  zijn.

Na schnitzel met frites liepen ze in het donker terug. Op een oude begraafplaats brandden talloze lichtjes, alsof de doden er straks nog even gezellig zouden samenkomen om na te praten ‘Weet je nog, op Bali?’ ‘Ik had dat met mijn eerste man toch anders moeten aanpakken.’ ‘Die flat waar ik opgroeide, ik kende er iedereen.’

 Waar het pad over de heuvel begon, stond een blauwe Toyota. Het was donker in de auto. Zat er een verliefd stel in te vozen? Waarom zou je hier zo laat parkeren, met ondoordringbaar kreupelhout aan de ene, een bonkige akker aan de andere kant en uitzicht op de begraafplaats? Creepy, dacht Doke. Hoorde ze nou knallen? 

‘Hier is ook al het hele jaar door vuurwerk,’ zei Elif. 

‘Kijk, sterren.’ Fabian wees omhoog. ‘Die hebben wij niet.’

Toen ze verder liep, zag ze een oud, roestige bord. 'Militair oefenterrein. Verboden toegang voor onbevoegden. Foto’s maken verboden. Camera’s worden in beslag genomen' las ze toen ze dichterbij kwam. Het gras op het pad langs de weg was platgetrapt. Er was de geur van klei, maar ook van iets anders, zwavel, kruit?

De volgende ochtend werd ze gesloopt wakker. Het bevroren gras dampte in de zon. Elif bromde iets over uitslapen, Fabian zat op z’n iPad. Zij zou een mooie ochtendwandeling gaan maken. De tijd dat ze meteen aan de slag moest (luiers, pap, boekjes) was voorbij. Vanaf het huis van Hannelore ging ze een paadje tussen de bomen in. De begroeiing was dicht, het pad niet goed zichtbaar. Was het eigenlijk wel een pad?

Na een meter of twintig door takken en bramen lag er een weg van betonplaat voor haar, middenin het bos. Er was geen verkeer. Ze wandelde verder. Wat was het hier stil. Ze keek op haar telefoon: geen bereik. In het huisje van Hannelore was de wifi ook matig. Daar kon het haar niet schelen, maar hier, in de stilte, vond ze het niet prettig. Er kwam niet een auto voorbij. Waar was ze? 

Toen ze verder liep, zag ze een oud, roestige bord. Militair oefenterrein. Verboden toegang voor onbevoegden. Foto’s maken verboden. Camera’s worden in beslag genomen las ze toen ze dichterbij kwam. Het gras op het pad langs de weg was platgetrapt. Er was de geur van klei, maar ook van iets anders, zwavel, kruit? De weg werd vast al jaren niet gebruikt, het pad erlangs duidelijk wel, hoewel ze nergens zo’n vriendelijke houten wandelwegwijzer had gezien. Was de weg misschien een erfenis van de Koude Oorlog?  Of zou hij nog ouder zijn? Ze keek om zich heen. Zou ze een foto maken voor Fabian? Stiekem? Op TikTok keek hij filmpjes van de Tweede Wereldoorlog, over strategie, tanks, wapens. Ze aarzelde en stopte haar telefoon in haar zak. 

‘s Middags bezochten ze een Romeins amfitheater. Ze daalden af in een druipende kelder waar ooit de wilde dieren en de gladiatoren wachtten om losgelaten te worden.

Fabian maakte een selfie voor een hek met dikke zwarte spijlen.

 ‘Wist je dat gladiatoren gevangenen en slaven waren die gedwongen werden te vechten op leven en dood?’ vroeg ze.

‘Goed zo!’ riep hij. 

‘Dat kun je echt niet zeggen.’ 

‘De verdinging van de mens,’ zei Elif, ‘komt allemaal door het gamen.’

Toen ze aan het einde van de middag weer bij het huisje waren, wilde Fabian nog even het bos in. Bij aankomst had hij in de verte een jachthut gezien.

‘Kan hij wel alleen eropuit? Er wordt in Duitsland meer gejaagd dan bij ons.’ Doke kreeg een onbestemd gevoel. ‘Als je in het bos een weg ziet, mag je daar niet op,’ zei ze.

‘Laat die jongen lekker gaan.’ Voor de tweede keer vandaag ging Elif douchen. Ontspannen betekende voor hem water opzoeken, desnoods achter een groen bloemetjesdouchegordijn.

Doke nam een stapel toeristenfolders door voor de volgende dag. In de zomer kon je hier heel mooi langs de Moezel fietsen. Toen ze opkeek zag ze dat het donker was. Ze had niet tegen Fabian gezegd dat hij voor het donker thuis moest zijn.

 ‘Dat is toch spannend voor die knul,’ reageerde Elif vanuit de badkamer.

Ze zette theemokken op een blad en vroeg zich af of ze niet even moest gaan kijken waar hij uithing. Toen ze het hete water in de kopjes goot, trilde het aanrecht. Waar was Fabian? De kopjes rinkelden. 

‘Elif’ Ze rende naar de badkamer. ‘Hoor je dat?’ Het geraas werd luider.

Met zichtbare tegenzin kwam haar man uit de natte cel. ‘Ik ga wel kijken.’

De grond dreunde nu zo dat er een stoel verschoof. Met gespannen blik rende Elif naar buiten. Snel trok ze haar schoenen aan en rende ze achter hem aan. Op de akker was het helemaal donker en er klonk weer geraas, van de andere kant nu. 

‘Fabian!’ riep Elif. Waar was hij? ‘Fabian!’ 

Ze struinde door de bosjes. Uitlopers van bramen haakten in haar broek. Waar moest ze met zoeken beginnen? 

Zijn heldere jongensstem tussen de stammen.

Uit een donkerblauw gat kwamen ze op haar af, haar mannen.  

‘Mama, ik heb een tank gezien.’

‘Militair oefenterrein.’ Elif grijnsde. Hij klemde hun zoon tegen zich aan.

Ze nam Fabians hoofd tussen haar handen. 

Hij rukte zich los. ‘Jij bent echt veel te snel bang.’

Haar handen beefden. ‘Ik had het vanochtend ook gezien,’ zei ze, ‘ik wilde jullie er later nog mee naartoe nemen.’ 

 Fabian holde weg om zijn telefoon te pakken en zijn vader te laten zien welk model tank het was.

Terwijl de mannen oorlogsvoertuigen doornamen, schonk Doke een glas wijn in. Die trillingen van Hannelore, Heilfrequenz. Even werd ze kwaad, toen glimlachte ze. De mensen maakten zichzelf van alles wijs in deze onzekere tijden. Ze moest het haar maar vergeven.

Daar gingen ze, het bos in. Ze moest haar zoon uit die hut halen. Hij was vast van de jachtvereniging, of van het leger. Van dronken mannen met geweren.

De volgende ochtend stond Fabian al vroeg naast hun bed. 

‘Ik ga naar de hut,’ zei hij.

‘Wat, nu al? Moet je niet eerst eten?’ 

Weg was hij. 

Met een kop koffie ging Doke in haar winterjas voor het huisje zitten.

Hannelore hing de was op aan een droogmolen. ‘Er gaat niets boven aan de lucht gedroogde lakens.’ Ze trok een hagelwit laken strak en klemde het met houten wasknijpers vast.

‘Wij hebben gisteravond een tank gezien,’ zei Doke. 

‘Een tank?’ vroeg Hannelore achterdochtig.

‘Op het oefenterrein hierachter.’

‘Dat wordt al jaren niet gebruikt.’

‘Het huisje trilde helemaal.’

‘Ach, de trillingen, die zijn hier zeer sterk,’ streng keek Hannelore over de glazen van haar leesbril. ‘We hebben hier een uitzonderlijke Boviswaarde.’ 

‘Mijn zoon zag een tank.’

‘Kleine jongens hebben veel fantasie.’ Hannelore tilde de rieten wasmand van het gras. ‘Grote ook, trouwens.’

Laat maar. Doke draaide haar gezicht naar de zon. Er waren veel van die jagershutten hier. Ze zagen eruit als knusse tiny houses op palen, maar het waren gewoon plekken om vanuit te doden. Wat als die hut een rotte bouwval was, of als er al een jager in zat? Sowieso: wat als er op dit moment werd gejaagd?

Een auto bromde achter het huis, een blauw autodak gleed langs de heg. Ze stond op, het was de Toyota. Had de bestuurder nou een legeruniform aan? En die twee achterin?

Doke liep naar de weg. De Toyota was in de berm geparkeerd en de mannen waren op weg naar het paadje, met een geweer op hun buik. Zonder contact te maken keken ze haar aan. Ze had vriendelijk willen groeten, maar dat werkte niet bij dit soort mannen. Zeker niet als je boven de vijfenveertig was, dan was je lucht.

Daar gingen ze, het bos in. Ze moest haar zoon uit die hut halen. Hij was vast van de jachtvereniging, of van het leger. Van dronken mannen met geweren. Waar stond dat ding? Ze sloop achter het drietal aan. Misschien was Fabian de betonnen weg overgestoken. Wat als ze daar schietoefeningen gingen doen? Ze dook het bosje in. Takken kraakten. Ze schrok en wachtte tot de mannen haar niet meer konden zien. 

Na kort overleg gingen ze alle drie een andere kant op. Een haalde zijn geweer van zijn nek en deed iets, checkte hij zijn munitie?

Ze slikte. Haar kind was hier ergens. Ze had overzicht nodig. Door het kreupelhout struikelde ze de heuvel op. Haar joggingpak was grijs, een schutkleur, goddank. 

Bovenaan de heuvel stond een houten constructie, op de grens van het bos en de akker. ‘Fabian,’ fluisterde ze.  In de verte klonken schoten. ‘Fabian.’ 

‘Kom ook!’ zei hij enthousiast.

‘Ssssst,’ zei ze.

‘Kom, mama!’ Ze hees zichzelf een ladder op waarvan sporten ontbraken. Het hout kraakte. Er klonk weer een schot, dichterbij, of niet? 

Fabian stak zijn hoofd door de deuropening. ‘Moet je kijken!

‘Ze schieten,’ zei ze hijgend.

‘Kijk dan.’ Hij wees met zijn vinger naar de vloer van de hut. 

Tussen muurtjes van takjes scharrelde een knalgroene kever. De vleugels leken blaadjes. 

‘Ik wil hem mee naar huis nemen.’ Fabian tilde de kever voorzichtig op. Het beest kroop over zijn arm, langs de kleine haartjes. Ze moest doen alsof ze de knallen niet hoorde, maar die werden luider. Iemand schreeuwde iets wat klonk als een bevel.

‘Cool’ zei Fabian. ‘Ze gaan weer oefenen.’ Er lagen scherven bij zijn voeten, van een gebroken bierfles. 

‘Pas op,’ zei ze. 

Fabian zette de kever weer achter de omheining. ‘Mag ik je telefoon?’ 

Haar hart bonkte.  Ze hoopte dat Elif hen niet zou komen zoeken. Zou ze door het kijkgat naar buiten kijken? Straks kwamen er tanks over de heuvel. Hannelore met een wapperend laken er bovenop, de vlechten los. Ze moest Elif een berichtje sturen. Het was hier verboden gebied.

 ‘Het komt goed,’ zei ze. ‘We moeten gewoon even wachten.’ 

Met haar telefoon maakte Fabian foto’s van de kever.  Ze leunde tegen de houten wand en sloot haar ogen. Op de heuvel woonde een imker.  Gisteravond had ze gezien hoe hij zittend aan tafel honing in glazen potten deed. Terwijl Elif en Fabian kluiten aarde naar elkaar gooiden.

De schoten waren nu vlakbij.

Achter het raam druppelde een hele oude man traag honing door een trechter.

Ze moesten wachten tot het voorbij was.