Taal om te overleven: 9 tips van Emma van Hooff

In hoeverre andermans verhalen een rol spelen tijdens het schrijven van een roman verschilt natuurlijk per auteur. Voor Emma van Hooff werden sommige boeken en films zelfs onmisbaar voor haar eigen roman. Ter gelegenheid van de verschijning van haar debuut deelt van Hooff 9 verhalen die puzzelstukjes vormden in het maakproces van De waanzinpartituur, dat op 22 januari verschijnt. De gemene deler van deze tips? Personages die ondanks gruwelijke omstandigheden strijdlust verkiezen boven het kwaad.

Thema

Verplichte Kost

Tags

Leestips Psychische gezondheid

Word ILFU Member en kijk al onze programma's online terug

Nu de eerste maand gratis

Op 22 januari verschijnt De waanzinpartituur van Emma van Hooff

Am neemt je mee tijdens een groepssessie in de psychiatrie. Indringend vertelt ze over haar beklemmende moeder. Een explosief romandebuut: het vrouwelijke antwoord op Cliënt E. Busken. Emma van Hooff sleurt je mee op het meedogenloze ritme van Am, een jonge vrouw die is opgesloten in een psychiatrische inrichting. Tijdens een groepssessie met de andere patiënten daalt ze af naar haar verleden. Am wil maar één ding: de lezer ervan overtuigen dat niet zij, maar haar moeder op haar stoel in de kring thuishoort. Met grote vaart neemt ze ons mee in haar monoloog over een moeder die haar dochter zo klein mogelijk wil houden, haar geen enkele vrijheid gunt. Maar is Am wel te vertrouwen als verteller?

‘Voor een vrouw is het, begrijp dat dan, altijd Scheherazade. Dat schrijft Renata Adler in haar roman Pikdonker. Het is treffend voor de verhalen die belangrijk zijn geweest voor mijn eerste roman, De waanzinpartituur. Sommige ervan las of zag ik ver voor de eerste letter op papier stond, zelfs voor ik überhaupt van plan was een roman te gaan schrijven. Andere lagen tijdens het schrijfproces continu op mijn werktafel om doorheen te bladeren. 

Het is een vreemd en eng toeval: een film zien of boek lezen dat een puzzelstuk blijkt te bevatten voor je eigen verhaal. Het overkwam me meermaals. Zo snuffelde ik als een bezeten rat aan de woorden en ritmes van Ingeborg Bachmann, Ariana Harwicz en Jeroen Brouwers. Maar ook de beschrijvingen van de psychiatrische inrichtingen van Tezer Özlü en de uitputtende moeder-dochterrelatie in Darren Aronofsky’s Black Swan bevatten kiemcellen van De waanzinpartituur

De grote overeenkomst in onderstaande lijst? Personages die, ondanks gruwelijke ervaringen, toch strijdlustig blijven en taal inzetten als manier om te overleven. Zoals Scheherazade dat deed in duizend-en-een-nacht. Blijven vertellen, ook als er geen uitzicht op betere tijden is en de dood je op de hielen zit. Als mijn roman iets mag zijn, dan hopelijk een ode aan al deze verhalen. Veel lees- en kijkplezier! 

Ariana Harwicz - Bezeten (2022, vertaald door Eugenie Schoolderman)

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: zonder Bezeten van Ariana Harwicz had ik De waanzinpartituur nooit kunnen schrijven. Zowel in stijl als in thematiek scheert mijn verhaal rakelings langs het hare. In deze monologue intérieur lezen we hoe de hoofdpersoon samenleeft met haar moeder, beiden aandachtsgeil en bezeten door seks. Waar de moeder in mijn eigen roman niets liever wil dan haar dochter zo klein mogelijk houden, wil de moeder in Bezeten juist het tegenovergestelde: ze kan niet wachten tot ze met haar dochter kan roken en drinken in de pub. De zinnen van Harwicz denderen als bulldozers over de pagina. Het is een vreselijk intens en radicaal werk waar ik geen genoeg van kan krijgen. Alsjeblieft, meer vrouwen in de literatuur die schelden, stinken en beestachtig verlangen naar seks! 

Yorgos Lanthimos - Dogtooth (film, 2009)

Het hoofdpersonage in De waanzinpartituur groeit op in een nogal afgelegen en aftands kustdorp, onder de vleugels van een beschermende moeder. Je zou kunnen zeggen dat ze wereldvreemd is, maar wereldvreemder dan de kinderen in deze film kan haast niet. In Dogtooth brengen drie kinderen hun leven volledig afgeschermd van de buitenwereld door. Alles buiten het hek is gevaarlijk, heeft hun vader hen wijsgemaakt, net als dat katten de moordlustigste wezens zijn die er maar bestaan. Iedere dag leren de kinderen (inmiddels jongvolwassenen) een aantal nieuwe woorden. Zo betekent ‘zee’ een leren stoel met houten armen, is ‘snelweg’ een sterke wind en ‘geweer’ een vogel. Het is duidelijk: deze ouders willen hun kinderen niet alleen afschermen van de echte wereld, ze willen ze ook totaal ongeschikt maken om ermee te communiceren. Het laat de kracht van taal zien, en vooral ook de kwetsbaarheid ervan.

Tezer Özlü - De kille nachten van de jeugd (2024, vertaald door Hanneke van der Heijden)

‘Ik ben vierentwintig als ik hier beland, in deze kamer, waar mijn grote uitbundigheid, mijn ontvankelijkheid, de ongeremde vrijheid van mijn gedachten, mijn onbevreesdheid me vijf jaar lang ontnomen zullen worden.’ In De kille nachten van de jeugd staat het verblijf van de hoofdpersoon in psychiatrische klinieken centraal, maar het is zoveel meer dan een verslag van mentale pijn. Dit boek lezen staat gelijk aan het tuimelen door een gat in de tijd. We lezen over een jeugd op het Turkse platteland, over een zelfmoordpoging, mannen, artsen en elektroshocks. Heden en verleden lopen door elkaar heen én, opmerkelijk, ze spelen zich beide af in het nu, zoals dat gaat met het herbeleven van een trauma. De taal van Özlü is zintuiglijk, poëtisch, ja, in de beste passages stromen de woorden als elektriciteitstootjes over de pagina. En van die passages zijn er goddank vele. Een klein meesterwerk! 

Elfriede Jelinek - De pianiste (2004, vertaald door Tinke Davids)

Heel eerlijk: dit boek las ik toen de meeste scènes tussen de moeder en dochter in mijn boek al geschreven waren. Toch mag De pianiste niet ontbreken in deze lijst, omdat het zo krachtig laat zien wat de gevolgen zijn voor een kind dat opgroeit met een tirannieke ouder. Erika is een vrouw van rond de veertig die samenwoont met haar dominante moeder. Dominant is hier zacht uitgedrukt: de twee vrouwen delen een slaapkamer, de moeder bepaalt welke kleding Erika draagt en doorzoekt haar tas als ze na een dag werken weer thuiskomt in het kleine, benauwde appartement. Overdag is Erika pianodocente op het conservatorium, waar ze haar gezag flink laat gelden, ’s avonds bezoekt ze stiekem peepshows en bespiedt ze hoeren. Wanneer Walter, een student van Erika, seksuele interesse in haar toont, komt de schade van zo’n gecontroleerd en verstikkend bestaan aan het licht. Kleine hint: Erika’s gedrag is te vergelijken met dat van een hond die te lang aan een paal vastgebonden zit.

Jeroen Brouwers - Cliënt E. Busken (2019)

Toen mijn uitgever mijn roman in de markt wilde zetten als ‘de vrouwelijke tegenhanger van Cliënt E. Busken’ moest ik even slikken. De vergelijking voelt niet helemaal eerlijk, hoe kan ik als debutant tegen het enorme vakmanschap van Jeroen Brouwers opboksen? Dat doe ik zeker niet, maar inhoudelijk heeft mijn hoofdpersonage wel wat overlap met Cliënt E. Busken. Vastgegespt in zijn rolstoel op de gesloten afdeling van een instelling kan hij fysiek dan wel geen kant op, mentaal ligt er een groot landschap voor hem open waar hij doorheen raast. Busken bralt en brult zijn observaties en beweringen, zijn herinneringen waaien over de pagina’s terwijl het zorgpersoneel en zijn medebewoners hem hier en daar ruw onderbreken. Soms haperen zijn woorden, lijkt hij zijn aftakelende toestand te verraden, al herpakt hij zich een paar zinnen later alweer. Het is een taalspel, maar bovenal een vechtende geest die zich niet wil neerleggen bij de ouderdom. 

Renata Adler - Pikdonker (2022, vertaald door Patricia Moerland)

‘Moet ik het stileren dan of kan ik het vertellen zoals het was?’ En daarin zit nu net het probleem: vertellen hoe het was. Hoofdpersoon Kate is verwikkeld in een affaire met een getrouwde man, ze besluit te vertrekken en we reizen met haar mee. Waar we in de ene alinea nog op het platteland van Connecticut zijn, kunnen we in de volgende door een pikdonkere nacht over de binnenwegen van Ierland rijden. Nee, Pikdonker is geen logisch verhaal, het boek wordt vaak een literaire puzzel genoemd, gezien de fragmentarische aard van de tekst. Ikzelf zie het, door de herhalingen van zinnen, eerder als een muziekstuk met verschillende instrumenten, allemaal ingezet om woorden te geven aan één gevoel, namelijk het liefdesverdriet van Kate. 

Darren Aronofsky - Black Swan (film, 2011)

Ballerina Nina wordt gezien als een fragiele en onschuldige jonge vrouw, zowel door haar overbezorgde moeder als door de artistiek leider van de nieuwe ballerinaproductie. Ze is dé perfecte Witte Zwaan, maar om de hoofdrol binnen te slepen moet ze ook de duistere, sensuele Zwarte Zwaan kunnen spelen, een rol die haar niet zo goed afgaat als haar grote rivaal Lily. Wat ook niet echt helpt: een overbezorgde moeder die Nina de hele tijd in de gaten houdt, zelfs nog haar nagels voor haar knipt (terwijl ze in haar oor fluistert: lief meisje toch, heb je te veel hooi op je vork genomen lief meisje, ik wist het lief meisje). Wat volgt? Een zware strijd, waarin Nina een pact lijkt te hebben gesloten met de duivel. We zien haar zwoegen, paranoïde worden, spiegels aan stukken slaan en, jawel, langzaam transformeren tot die échte duistere Zwarte Zwaan. 

Ingeborg Bachmann - Malina (2014, vertaald door Paul Beers)

Zelden beschreef iemand de angst en paniek in een hoofd zo nauwkeurig en treffend als Ingeborg Bachmann. Malina bestaat uit bezwerende fragmenten, monologen en dialogen, en vertelt het portret van een onmogelijke liefdesdriehoek. In het begin lijkt de relatie van de hoofdpersoon met Ivan en Malina nog gelukkig, al snel wordt duidelijk hoe deze mannen het hoofdpersonage vernederen, en uiteindelijk zelfs de dood in drijven. Er zijn haastig genoteerde brieven, angstdromen neergepend in een roes en vele zinnen die je een paar keer opnieuw moet lezen om ze te doorgronden. Het is een boek dat je de rest van je leven binnen handbereik wil hebben om het eeuwig te kunnen herlezen en herlezen en herlezen.

Samual Beckett - Eindspel (toneelstuk, 1957)

Hamm is blind en verlamd, zijn dienaar Clov kan niet zitten. Eerstgenoemde klampt zich vast aan de ander, terwijl die hem juist probeert te verlaten. Dat is het belangrijkste dat je moet weten over het toneelstuk Eindspel. O, en de wereld is aan het vergaan, of is al vergaan. Zondvloedachtige praktijken. De personages zijn veroordeeld tot elkaar en daarmee ook tot telkens dezelfde verhalen, vragen en handelingen. Kleine verrassingen, zoals een vlo die het lichaam van Clov bespringt, zijn grootse gebeurtenissen. En dan hebben we ook nog de bejaarde ouders van Hamm, Nagg en Nell, die in een vuilnisbak leven en af en toe hun kop naar buiten steken om commentaar te leveren. In De waanzinpartituur popt soms de stem van een grootmoeder op om datzelfde te doen en ik vermoed dat de inspiratie daarvoor afkomstig is van deze twee. De dood is voelbaar onder elke zin in dit stuk, en toch zit er enorm veel levensdrift en humor in de personages. En wat te zeggen over de taal, mijn god, die volgt z’n eigen cadans, kabbelend als de zee, en is zich continu bewust van de akelige stilte die eronder ligt.