Helle Helle: Lady Gaga, bloemkool en de kunst van het weglaten

Deze maand staat de Deense schrijver Helle Helle centraal in de ILFU Book Club. Een fascinerende schrijver met een schitterende, kleine roman 'BOB' die in een kort bestek van 160 bladzijden het leven van haar hoofdpersoon neerzet. Dat wil zeggen: verteld vanuit het perspectief van zijn vriendin, wat direct de vraag oproept in hoeverre zij daadwerkelijk in zijn hoofd kan kijken. Daardoor gaat het boek misschien net zozeer over haar, maar dan indirect, via de band gespeeld. Het is een van de vernuftige tactieken van deze schrijver die ooit voor Lady Gaga werd aangezien.

Tags

ILFU Book Club
Foto: Mikkel Carl

Word ILFU Member en steun onze schrijvers en verhalen

Vertel me meer

Ooit werd de Deense schrijver Helle Helle op een festival in Frankrijk aangezien voor Lady Gaga. Er kwam een groepje tienermeisjes op haar afgestormd dat onbeschaamd selfies met haar begon te maken en haar een viltstift in de handen duwde om iets te signeren. Helle zette verbouwereerd haar handtekening op een Lady Gaga-shirt. Het groepje trok zwaar onder de indruk van hun ingebeelde ontmoeting weer verder. “Ik vond het wel grappig,” zei Helle naderhand in een interview. “Ik voelde me een minuut lang een popster.” Er is misschien enige uiterlijke verwantschap tussen die twee, maar verder kon de exuberante, in theatrale kostuums gebrachte powerpop van Gaga niet verder afstaan van de sobere, minimalistische romans van Helle. Op maandag 20 maart komt Helle Helle bij ons op de ILFU redactie langs om te praten over haar nieuwe roman Bob.

Helle Helle is een van de interessantste schrijvers van dit moment. In korte, fijngeslepen zinnen vertelt ze haar verhalen die het niet moeten hebben van een uitgemolken plot of burleske personages. In plaats daarvan beschrijft ze, koel en trefzeker, het handelen van haar personages, waaruit de lezer zelf het onderhuidse drama mag destilleren. Vaak tellen haar boeken niet meer dan een pagina of 160, 170, maar daarin weet ze dan wel een heel leven neer te zetten. “Ik schrijf best veel,” vertelde ze eens, “zo’n pagina per dag, maar daarna ga ik uitbenen. Alles wat er enigszins uit kan, moet er ook echt uit.” Dat resulteerde in 13 romans die alom zijn geprezen:

Helle Helle is a master of understatement (The Guardian)

Ze weet schoonheid en betekenis te vinden in de kleinste momenten van het dagelijks leven (De Volkskrant)

Portraits subtils et nuancés des relations humaines (Le Monde)

Helles werk moet het niet hebben van de grote woorden en dik aangezette symboliek. Als er al motieven in haar romans voorkomen, dan lees je er gemakkelijk overheen. Bloemkool is zo'n klein motief. Sartre heb je er nooit over gehoord, Proust zat vooral aan de madeleinekoekjes en bij Viriginia Woolf stond er zalm en boeuf en daube op de gedekte tafels.

‘Later loopt ze door de velden met een bloemkool’. Dat is de eerste zin uit Helle Helles roman Zij uit 2020. Daarin beschrijft ze, kort na het overlijden van haar eigen moeder, de relatie tussen een jong meisje en haar steeds zieker wordende moeder. Ergens tegen het einde van het boek loopt het meisje zelf door het veld met een bloemkool. Het lijkt een onbetekenend detail, die bloemkool, maar het is in dit soort terloopse zinnetjes waarin grote thema’s als erfelijkheid, generaties, herinnering en het verstrijken van de tijd bij Helle Helle aan bod komen. Die bloemkool kwam ook al voor in haar eerdere roman De Veerboot uit 2005. Daarin denkt een van de hoofdpersonen terug aan haar overleden moeder met de zin: ‘Moeder liep over de velden met een bloemkool in haar hand.’ Er is iets met die bloemkool waardoor ze een krachtig symbool in Helles werk is geworden. Ook in BOB, haar nieuwste roman die we zullen bespreken in de ILFU Book Club op 20 maart, zit er weer een.

In die kleine roman lezen we over het leven van Bob, maar dan verteld in de woorden van zijn vriendin. Zijzelf, in wie we dan weer het meisje uit haar vorige roman Zij herkennen, blijft buiten beeld, maar lijkt toch alles over Bob te weten. Zijn dromen en fantasieën, zijn angsten, achtergrond en jeugd, zijn moeite om als provinciaal zijn draai in Kopenhagen te vinden. Bob verdwaalt geregeld in zowel de grote stad als in zijn eigen leven en heeft geen idee waar het allemaal op uit zal lopen. Tegen het einde is het ontslag bij een bijbaantje en het feit dat hij ziek wordt op een typisch Helle Helle-achtige manier toch een vorm van loutering. En dan is de bloemkool wederom niet ver weg: ‘hij had gedacht: vanaf hier gaan alle deuren open. Want hij had bloemkool gehaald. Hij pelde knoflook. Lange tijd bleef hij een tomaat staan afspoelen.’